Na een uitzonderlijk zwak eerste kwartaal laat de Economische Barometer Q2 2026 een duidelijke kentering zien in de MKB‑maakindustrie. Orders herstellen, winstgevendheid kruipt omhoog en de werkvoorraad is terug op het niveau van vóór de dip. Toch is het beeld allesbehalve eenduidig. De sector blijft voorzichtig, de investeringsbereidheid is opnieuw negatief.
De binnenlandse orderpositie draait van een nettosaldo van –17 procent naar +7 procent, terwijl de buitenlandse orderpositie nog sterker verbetert: van –29 naar +9 procent. Ook het bedrijfsresultaat kleurt voor het eerst sinds maanden weer positief (+5 procent). Het aandeel winstgevende bedrijven stijgt van 37 naar 45 procent.
Herstel zet door, maar sentiment blijft broos
Verspanende industrie: de motor van het herstel
De verspanende toelevering springt dit kwartaal duidelijk uit de cijfers. Waar deze deelsector in Q1 nog het diepst wegzakte, is nu sprake van een uitgesproken herstel. Nadat grote afnemers in die keten een periode minder inkochten, trekt de vraag sinds eind vorig jaar weer aan: grote toeleveranciers rapporteren sinds begin dit jaar een duidelijk herstel van de orderinstroom, en ook defensieopdrachten dragen bij aan de vraag naar toeleverwerk. De echte kartrekker hier is de halfgeleiderindustrie.
ASML verhoogde vorige week de omzetverwachting verhoogde en kondigde een forse capaciteitsuitbreiding aan. Dit zien de verspanende toeleveranciers al terug in hun orderboeken. De sector profiteert direct van de aantrekkende volumes in hightech en semicon, en fungeert daarmee als een vroege indicator voor bredere industriële groei.
Invloed van ASML zichtbaar in de cijfers over de verspaning

Halfgeleiderindustrie bepaalt het landelijke beeld
Landelijk produceerde de machine-industrie in mei maar liefst 26,3 procent meer dan een jaar eerder . Die groei is vrijwel volledig toe te schrijven aan de chipmachinesector en haar directe toeleverketen. Dit verklaart de opvallende tegenstelling tussen landelijke cijfers en het beeld in de MKB‑machinebouw. Waar de nationale statistieken een sterke opleving tonen, blijft de machine- en apparatenbouw binnen de MKB‑maakindustrie achter. De brede machinebouw bedient markten die momenteel onder druk staan, zoals automotive, algemene machinebouw en diverse exportsegmenten die last hebben van Amerikaanse invoerheffingen en toenemende internationale concurrentie.
Daarnaast speelt de factor tijd: machinebouwers werken met lange doorlooptijden. De omzet van dit kwartaal weerspiegelt nog de zwakke orderinstroom van vorig jaar. Het herstel dat nu zichtbaar wordt in de chipketen, zal pas in latere kwartalen doorwerken in de bredere machinebouw.
Licht negatieve verwachtingen
Achter de ogenschijnlijk positieve cijfers schuilt voorzichtigheid. De verwachtingen voor Q3 zijn per saldo licht negatief, en de investeringsbereidheid blijft stevig onder nul. De sector herstelt, maar gelooft nog niet dat de opleving structureel is. Dat is begrijpelijk: een deel van de ordergroei komt volgens Nevi voort uit voorraadopbouw en vervroegde bestellingen, niet uit duurzame vraag. Deze verwachtingen worden mede gevoed door de geopolitieke ontwikkelingen in het Midden-Oosten. 85 procent van de ondernemers ondervindt gevolgen van de schermutselingen rond de Straat van Hormuz. Veruit het vaakst noemt men hogere inkoopprijzen van grondstoffen en materialen (41 procent), gevolgd door uitstel of afstel van opdrachten (12 procent), hogere energiekosten (9 procent) en omzetverlies (7 procent). De impact zit daarmee vooral aan de kostenkant. Verstoringen in de logistiek, zoals langere levertijden (6 procent) en beperkte beschikbaarheid van producten of grondstoffen (3 procent), worden door weinig ondernemers als grootste gevolg genoemd.
Investeringen blijven achter: structurele zorg
Winstgevendheid blijft laag
Hoewel meer ondernemers de winstgevendheid vinden verbeteren en de waardering voor de winst zelfs overwegend positief is, blijft de winstgevendheid in de sector laag. Het meest zorgelijke signaal uit de barometer is opnieuw de investeringsbereidheid. Slechts 14 procent van de ondernemers verwacht het komende halfjaar meer te investeren in machines, terwijl 42 procent minder wil investeren: een nettosaldo van –28 procent. Dat is geen incident. Al twee jaar is het investeringssaldo structureel negatief, zelfs in kwartalen waarin orders en resultaten verbeteren. Ondernemers vergroten liever hun financiële buffers dan dat zij investeren in nieuwe capaciteit of automatisering.
Dit staat haaks op de strategische agenda van Metaalunie, waarin verhoging van arbeidsproductiviteit – via automatisering, robotisering en digitalisering – als speerpunt is benoemd. Met een structureel tekort aan arbeidskrachten (op elke 100 medewerkers staan ruim 6 vacatures open) is investeren in productiviteit urgenter dan ooit. Maar zonder vertrouwen, financiële ruimte en een stabiel ondernemingsklimaat blijft die noodzakelijke investeringsgolf uit.
Conclusie: herstel met haken en ogen

Voorzichtig herstel
De sector bevindt zich in een fase van voorzichtig herstel, gedragen door hightech en semicon, maar geremd door brede machinebouw en aanhoudend lage investeringsbereidheid. Of de opleving doorzet, hangt af van de vraag of de huidige ordergroei structureel blijkt – en of ondernemers de stap durven zetten naar de investeringen die nodig zijn om de productiviteit te verhogen en de toekomstbestendigheid van de sector te versterken.
De complete analyse die Koninklijke Metaalunie heeft gemaakt, kun je hier lezen


