Dassault Systèmes en NVIDIA slaan de handen ineen. De twee concerns hebben tijdens 3D Experience World aangekondigd de Virtual Twin technologie van de Fransen te gaan combineren met de AI infrastructuur, open modellen en softwarebibliotheken van het Amerikaanse concern. Dit moet een basis leggen voor industrieel AI: kennisgedreven AI-agents gecombineerd met virtual twins.
“Samen met NVIDIA bouwen we industriële wereldmodellen die virtuele tweelingen en versnelde computing combineren om de industrie te helpen bij het ontwerpen, simuleren en exploiteren van complexe systemen op het gebied van biologie, materiaalkunde, engineering en productie. Deze samenwerking legt een nieuwe basis voor industriële AI, die betrouwbaar is door zijn ontwerp en in staat is om innovatie in de generatieve economie op te schalen”, zo kondigde Pascal Daloz, CEO Dassault Systèmes in Houston aan.
AI companions krijgen de rekenkracht van NVDIA’s hardware
Concrete projecten voor de industrie
Het gaat om een langjarige strategische samenwerking tussen beide concerns. NVDIA adopteert de Model Based System Engineering van Dassault Systèmes om daarmee AI fabrieken te ontwerpen. Gestart wordt met het Rubin platform, om uiteindelijk het Omniverse DSX Blueprint platform van NVIDIA te gebruiken grote AI-fabrieken. Door Simulia AI-gebaseerde Virtual Twin Physics Behavior software te combineren met de CUDA-X bibliotheken van NVIDIA, kunnen engineers het ontwerpproces versnellen en direct uitkomsten voorspellen met simulaties. De AI bibliotheken van NVIDIA worden ook geïntegreerd in Delmia Virtual Twin om zo autonoom software gedefinieerde productiesystemen te bouwen. Een vierde concreet project voor de maakindustrie is dat AI technologie van NVIDIA geïntegreerd wordt in het 3D Experience platform. Hiervoor combineert men de NVIDIA Nemotron open modellen met de Industry World Models van Dassault Systèmes. De vorig jaar aangekondigde ‘virtual companions’ – de AI agents van Dassault Systèmes – zijn dan in staat om voor de gebruiker diepgaande industriële context aan te boren en betrouwbare, bruikbare informatie te leveren.
Manier van werken gaat veranderen
Jensen Huang, oprichter en CEO van NVIDIA, was op 3D Experience World een van de keynote sprekers. Hij is enthousiast over de samenwerking. “Samen met Dassault Systèmes verenigen we tientallen jaren van industrieel leiderschap met de AI- en Omniverse-platforms van NVIDIA om de manier waarop miljoenen onderzoekers, ontwerpers en ingenieurs ’s werelds grootste industrieën bouwen, te transformeren.”
Drie Virtual Companions
Concreet komen er op het 3D Experience platform drie Virtual Companions beschikbaar: Aura coördineert kennis en context, zodat teams gemakkelijker grotere hoeveelheden data kunnen overzien; :Leo ondersteunt bij het oplossen van complexe technische vraagstukken; en Marie past diepgaande wetenschappelijke expertise toe op gebieden zoals materialen, chemie, formuleringen en therapieën. De Virtual Companions gaan verder dan traditionele Large Language Models. Ze combineren Industry World Models, AI en schaalbare, multidisciplinaire modellering en simulatie. De uitkomsten worden gevalideerd op basis van natuurkundige en materiaalkundige principes.
Op een druk bezocht Indumation is in Kortrijk officieel het Innovation Hub The Factory of the Future is Brightgelanceerd. Acht branche- en kennisorganisaties ondersteunen de Vlaamse maakindustrie in de transitie naar een Bright Factory, het antwoord op de Chinese Dark Factories. Zal dit voldoende zijn? Of zijn we blind voor het deel van de ijsberg dat onder water is, zoals sinoloog Pascal Coppens op de beurs zei.
Het initiatief voor het Innovation Hub komt nadat 60 Vlaamse CEO’s en directeuren van kennis- en brancheinstellingen vorig jaar naar China zijn gereisd om te zien hoe de Chinese maakindustrie er nu echt voorstaat. Het meest imponerend is de speed of innovation blijkt uit het paneldebat nadat Pascal Coppens in vogelvlucht de ontwikkeling van China in de voorbije decennia schetst.
Innovation Hub moet voor versnelling in de transformatie van de industrie zorgen
Geheel in stijl ondertekenden de kopstukken van de acht Vlaamse instellingen hun samenwerking binnen Innovation Hub digitaal, met hun vingerafdruk.
Het Chinese succes in cijfers
Hoe snel de ontwikkeling gaat, tonen enkele cijfers uit de presentatie van de auteur van inmiddels drie boeken over China aan. In de 64 domeinen die volgens de Australische denktank ASPI op het vlak van kritische technologieën belangrijk zijn, heeft China een leidende positie in 57 domeinen. In 24 domeinen, zoals batterijtechnologie, heeft het land zelfs een monopolie. OK, nog één cijfer: de VS hebben leiderschap in 7 domeinen. Europa komt in deze lijst niet voor, klinkt het bezorgd. “De EU-landen komen altijd als nummer 3, 4 of 5. Laat dat een wake-up call zijn”, zegt Coppens. “De hele Aziatische maatschappij begint te denken dat het centrum van innovatie elders ligt dan in Europa.” En dan is het volgende Chinese mirakel nog maar net begonnen: het nieuwe vijfjarenplan. De kracht achter de snelle technologische ontwikkeling: jaarlijks studeren volgens Pascal Coppens 3,57 miljoen Chinese af als ingenieur. De focus van de hele Chinese samenleving is een andere kracht. En dan is er de gedrevenheid: competitiviteit leren ze van jongs af aan. Verder heeft China de innovatiecyclus op z’n kop gezet: ze gaan direct met producten naar een markt met veel potentieel en veel concurrentie. Dit dwingt ze snel te reageren en te itereren.
De fetish dat de industrie evenveel mensen tewerk moet stellen brengt ons achteruit
Focus op High Mx Low Volume
Herman Derache, directeur Sirris, geeft in het debat toe onder de indruk te zijn van de snelheid waarmee China zich ontwikkelt. “En dan gaan ze nog eens accelereren.” De voorsprong die Vlaanderen (eigenlijk de Benelux) heeft is de sterkte in High Mix Low Volume productie. “Daarin hebben we nog een voorsprong.” Daar moet de maakindustrie in Vlaanderen zich op toespitsen, aldus de Sirris-directeur. De productiviteit moet omhoog, dus meer inzetten op AI, robotisering en automatisering. En het idee loslaten dat we evenveel mensen aan het werk blijven stellen als nu. “Dat is een fetish dat ons achteruit brengt.” Hij pleit voor deregulering; voor experimenteerzones.
De paneldiscussie: van links naar rechts Karel Viaene (Vintecc), Herman Derache (Sirris), Grisja Lobbestael (Flanders Make), Tom Verbaeten (CNH INdustrial).
Het heeft geen zin te blijven hangen in beschuldigingen dat de concurrentie oneerlijk is
Geen zeven maar 500 projecten
Het is vooral het gemis aan snelheid die in alle reacties in het debat terugkeert. Tom Verbaeten, Chief Supply Chain Officer bij CNH Industrial: “De kunde is er, maar niet de snelheid. Als we de maakindustrie in België competitiever willen maken, moeten we de samenwerking enorm verhogen.” Met zeven projecten in twee jaar tijd ga je het verschil niet maken. “We moeten er 500 hebben.” Tom Verbaeten is meegereisd naar China. “Ik heb daar geen slimmere mensen gezien. We moeten hier durf en leiderschap tonen. Europa moet eindelijk werk maken van serieus industriebeleid.” Europa en Vlaanderen moeten volgens hem beseffen dat het vijf voor twaalf is. Loonkosten moeten omlaag, net als energiekosten, competitiviteit omhoog door digitalisering en automatisering.
Sneller vanuit onderzoek naar implementatie
Het Innvation Hub moet voor een versnelling gaan zorgen en voor een vertaling van onderzoeksresultaten naar de praktijk van de Vlaamse KMO’s. Dark factories zijn geen oplossing voor de Vlaamse industrie, de toekomst is slimme automatisering, data gestuurde productie en vooral human-centered fabrieken. “De samenwerking tussen acht partijen die we hier tonen, is een manier om sneller te gaan. Vanuit onderzoek naar de implementatie, daar moeten we veel meer snelheid maken”, vindt Herman Derache.
Disruptieve technologie zichtbaar maken
In dit Innoation Hub werken Agoria, Sirris, POM West Vlaanderen, Universiteit van Gent, Howest, KU Leuven, Vives en Flanders Make samen. Tijdens Indumation demonstreerden ze verschillende onderzoeksprojecten naar flexibele automatisering, slimme productiecontrole en andere oplossingen waarmee fabrieken hun concurrentiekracht kunnen versterken. “Onze opdracht is disruptieve technologie zichtbaar maken naar de industrie, tastbaar maken. Want seeing is believing”, zo zei Grisja Lobbestael (CEO Flanders Make) het tijdens het debat.
China heeft de innovatiecyclus op z’n kop gezet
Sinoloog Pascal Coppens tijdens zijn lezing op Indumation.
Cultuur
Het succes van China is echter ook een cultureel iets. Pascal Coppens wijst erop dat China het innovatiemodel van het Westen op z’n kop heeft gezet. In de Europese cultuur zit diep geworteld dat we het verschil willen maken, dat we problemen willen oplossen en pas als we een goed product of dienst hebben, dit gaan valideren en kijken naar de product-markt fit. En dan gaan we fabrieken bouwen, opschalen van kwaliteit naar kwantiteit. “De Chinezen doen exact het omgekeerde. Ze starten met kwantiteit en eindigen met kwaliteit.” Het is een do or die wereld waarin alleen de beste bedrijven overleven. Tegen die bedrijven moeten de maakbedrijven in Europa nu concurreren. Het heeft geen zin te blijven hangen in beschuldigingen dat de concurrentie oneerlijk is. Dat is het topje van de ijsberg die boven water zichtbaar is. Onder water is de ijsberg die op ons afkomt veel groter. Europa kijkt teveel naar de verschillen, vindt Coppens. We moeten meer zoals water gaan bewegen. “Water maakt keuzes, water is adaptief. Water transformeert constant, in elke omgeving.”
In het Innovation Hub The Factory of the Future is Bright werken Agoria, Flanders Make, Sirris, Howest, KU Leuven, Vives, POM West Vlaanderen en de universiteit van Gent samen.
Foto:In het Innovation Hub toonden de kennisorganisaties slimme oplossingen voor de maakindustrie, zoals deze geautomatiseerde inspectie van oppervlakken.
RoboJob demonstreertop de TechniShow de nieuwe Tower EVO aan een DVF5000 freesmachine van DN Solutions op de stand van Dormac CNC Solutions. De Tower EVO is het nieuwe highend automatiseringssysteem. Bij Okuma staat RoboJob met een basisautomatisering, de Turn-Assist 200i aan een Okuma LB 3000 draaibank.
De tweede generatie van het Tower systeem van RoboJob is volledig vernieuwd. De innovaties zitten echter niet alleen in het opslagsysteem zelf, maar vooral in de E-Grip 71 servogrijper hybride pneumatische machineklem die RoboJob samen met Bonertz Technik heeft ontwikkeld. Doordat de lades van de Tower groter zijn geworden en twee opspanpallets naast elkaar passen, sluit het automatiseringssysteem nog beter aan bij de High Mix Low Volume productie in de Benelux.
Nieuwe Tower EVO past precies in High Mix Low Volume productie Benelux
De door RoboJob zelf ontwikkelde gripper voor de Tower EVO.
Lichte veelzijdige grijper, lichtere robot
Dankzij de door RoboJob zelf ontwikkelde E-Grip 71 grijper houdt een 35 kg robot in de Tower EVO een netto payload over van 20 kilogram (of twee keer 10 kg werkstukgewicht). De kop zelf weegt namelijk slechts 13 kilogram. De robot kan ook een pallet grijpen: in dit geval zijn pallets van 30 kilogram toelaatbaar voor de lichte robot Ook voor spantangen en klauw- of klemwissels heeft RoboJob standaard oplossingen ontwikkeld die naadloos aansluiten op de E-Grip 71. Doordat de grijper zelf al een grote slag heeft en autonoom grijpervingers kan wisselen, kan men volstaan met één set van acht klauwen en één grijper in de cel voor een productrange kubische werkstukken van 10 – 330 mm (buitenkant) of 41 – 361 mm (binnenin grijpen).
Zo eenvoudig kan automatisering zijn
RoboJob toont de nieuwe automatiseringsoplossing voor het eerst op Nederlandse bodem. Dat gebeurt op de stand van Dormac CNC Solutions. De Belgische system integrator is daarnaast op de TechniShow te vinden bij Okuma. Hier wordt een Turn Assist 200 i wordt gedemonstreerd aan een Okuma LB3000 draaibank. Deze beproefde combinatie toont hoe eenvoudig en flexibel robots kunnen worden ingezet om productiecapaciteit te vergroten, zonder complexiteit toe te voegen aan het werk van de operator.
ASML presenteerde sterke jaarcijfers over 2025. Sindsdien lijkt de aandacht vooral uit te gaan naar het schrappen van 1700 banen. Dat de orderintake in het vierde kwartaal een record bereikte, zou in de Nederlandse supply chain toch tot blije gezichten moeten leiden. De werkelijkheid is genuanceerder dan de cijfers doen vermoeden.
In het vierde kwartaal van 2025 leverde ASML 94 systemen uit, tegenover 66 een jaar eerder. Goed nieuws. Over heel 2025 bleef het aantal leveringen echter achter bij 2024: 300 systemen tegenover 380. Ondanks dat lagere volume steeg de omzet naar €32,6 miljard, met een brutomarge van 52,8%. Voor 2026 rekent ASML op verdere groei richting €34–39 miljard.
Recordorders, maar een complexe mix
Groeiende omzet (rechts) maar afname in het aantal verkochte systemen.
Fors meer orders dan verwacht, maar ….
De echte verrassing zat in de orderintake: €13,2 miljard, fors boven verwachting. Die groei komt vrijwel volledig uit de vraag naar EUV‑technologie voor AI‑gerelateerde chips. Om chips te kunnen maken voor AI servers en geheugen, is de EUV technologie van ASML onmisbaar. En hierin heeft het bedrijf nog steeds een monopolie. Volgens CEO Christophe Fouquet hebben klanten hun investeringsplannen voor de middellange termijn aanzienlijk verhoogd, gedreven door structurele vraag naar reken- en geheugenchips voor AI‑toepassingen. “Dit komt tot uiting in een aanzienlijke uitbreiding van hun capaciteitsplannen voor de middellange termijn en in onze recordorderontvangst”, aldus Fouquet. Achter die cijfers schuilt een belangrijke nuance: de ordermix verschuift richting geavanceerde EUV‑systemen, waaronder High‑NA. Die systemen hebben een andere supply chain footprint dan de DUV‑systemen die jarenlang de ruggengraat vormden voor de de Nederlandse toeleverketen.
EUV groeit hard, maar niet iedereen kan instappen
De EUV‑omzet steeg in 2025 met 39% naar €11,6 miljard, gebaseerd op 48 uitgeleverde systemen (veel minder overigens dan enkele jaren geleden verwacht). De installed base services groeiden met 26% naar €8,2 miljard. Dat laatste segment wordt de komende jaren een steeds belangrijkere groeimotor. Deze verschuiving in wat de klanten in Veldhoven bestellen, zorgt ervoor dat niet overal bij de toeleverbedrijven de vlag uit gaat. De impact op de keten is ongelijk verdeeld:
Tier 1‑leveranciers profiteren direct van hogere EUV‑volumes. Zij hebben de afgelopen jaren terughoudend geïnvesteerd en zullen eerst hun eigen capaciteit maximaal benutten.
Tier 2/3‑leveranciers kunnen niet zomaar meeschuiven. EUV‑modules vragen extreem hoge precisie, procescapabiliteit en traceability. Veel bedrijven die in de DUV‑hausse meedraaiden, kunnen die stap niet zonder forse investeringen maken.
High‑NA EUV versterkt die trend: het aantal leveranciers dat aan de eisen voldoet, wordt kleiner, niet groter.
Kortom: groei in EUV betekent niet automatisch groei voor de hele keten.
DUV blijft het werkpaard – maar de vraag verschuift
DUV‑systemen blijven essentieel voor de halfgeleiderindustrie, maar de verkopen van dit soort systemen daalde in 2025 naar 279 systemen, goed voor €12 miljard omzet, zo’n 6 procent minder dan een jaar ervoor. De omzet in metrologie, inspectie, optische systemen groeide met 30%. CFO Roger Dassen verwacht een verdere groei in dit segment, maar een stabiele omzet uit de totale non‑EUV business. Een belangrijke factor is China. Door exportbeperkingen én het aflopen van de inhaalslag daalt het Chinese aandeel naar circa 20% van de omzet. Dat raakt vooral de bedrijven die sterk afhankelijk waren van mid‑range DUV‑modules voor Chinese fabs. Maar ook hier is nuance nodig. De installed base in China blijft groot, dus service en upgrades blijven doorlopen. De krimp van de volumes in China wordt deels gecompenseerd door investeringen in de VS, Japan, Korea en Europa. Maar bedrijven die in de jaren 2022 en 203 vooral op DUV‑volume draaiden, zijn niet automatisch dezelfde die EUV‑werk kunnen oppakken.
Kostendruk en ketenstrategie veranderen het speelveld
ASML wil de kosten van systemen voor Aziatische klanten met 30% verlagen. Dat gebeurt niet alleen door offshoring van eenvoudige onderdelen, maar vooral door: modularisatie en standaardisatie; design‑for‑manufacturing en vooral door een strakkere ketenregie. Een belangrijk deel van deze kostenbesparing zal uit de keten moeten komen. Tijdens eerdere Capital Markets Days heeft het management aangegeven dat de supply chain te complex is geworden. Het bedrijf neemt daarom meer de regie zelf in handen, onder andere door een verticale ketenintegratie voor kritische modules, aanscherping van vendor ratings en strengere kwalificatiecycli voor EUV en High NA. ASML wil de keten meer geïntegreerd laten werken om het stapelen van marges te voorkomen.
De assemblage van EUV laser bij Trumpf.
Service, upgrades en refurbish: de stille groeimotor
Een belangrijk, maar vaak onderschat punt: de installed base groeit bij ASML sneller. Ook hierdoor kan het recordcijfers presenteren, zonder dat de hele toeleverketen dezelfde hausse beleeft als drie jaar geleden. Upgrades, refurbish‑projecten en onderhoud zijn arbeidsintensief en vragen een andere mix van toeleveranciers. Juist hier liggen kansen voor Tier 2/3‑bedrijven die niet direct in EUV kunnen instappen, maar wel hoogwaardige modules kunnen leveren voor retrofit‑programma’s.
Of de kleinere toeleveranciers snel gaan profiteren van de nieuwe groei, is de vraag
Niet iedereen profiteert mee
De conclusie is helder: de groei bij ASML is reëel en structureel, maar de impact op de Nederlandse toeleverketen is ongelijk verdeeld. De bovenkant van de keten – high‑tech mechatronica, optiek, vacuümtechniek, precisie‑frames – profiteert direct als de vraag naar EUV-systemen verder aantrekt. De bedrijven die in de DUV‑hausse meeliftten – vaak met minder complexe modules – zullen de weggevallen China‑orders niet zomaar vervangen zien worden. Voor de toelevering geldt dit jaar eens te meer dat de eisen aan procescapabiliteit stijgen sneller dan de vraag naar capaciteit.Service en upgrades bieden kansen, maar vragen andere competenties.
Kortom: als de groei zoals ASML die aankondigt dit jaar doorzet, zal de bovenkant van de toeleverketen hiervan profiteren. Maar of de vlag uit kan voor al die kleinere bedrijven die begin van dit decennium hard konden groeien dankzij de booming business in Veldhoven, is voor de korte termijn nog maar de vraag.
Met de Index G160 rondt de machinebouwer de G-lijn naar beneden toe af. Het draai-freescentrum kan uitgerust worden met drie gereedschaphouders, die elk over een Y-as beschikken en aan zowel de hoofd- als tegenspil kunnen werken.
Met de Index G160 rondt de machinebouwer de G-lijn naar beneden toe af. Het draai-freescentrum kan uitgerust worden met drie gereedschaphouders, die elk over een Y-as beschikken en aan zowel de hoofd- als tegenspil kunnen werken.
Index presenteert tijdens Open House technologie voor het bewerken van loodvrij messing
Drie opties
De bovenste gereedschapshouder heeft altijd een B-as en kan worden uitgevoerd als revolver of als direct aangedreven freesspindel. Daarnaast is er een derde optie: een combinatie van revolver en mechanische freesspindel – zoals bij de vorige Index G200.2. Een belangrijk verschil: in plaats van een klein gereedschapsmagazijn met zes plaatsen beschikt de G160 nu over een torenmagazijn met 60 of 90 gereedschappen, die door een dubbele grijper in de freesspindel kunnen worden gewisseld – een belangrijk element voor geautomatiseerde productie. Er is een variant met een stafdoorlaat van 42 mm beschikbaar of een krachtigere versie met 65 mm. De besturing op de G160 is Sinumerik One.
Weinig oppervlak, hoge productiviteit
De machinebouwer noemt in de aankondiging van het Open House de nieuwe Traub MS12-4 een ‘revolutionair’ machineconcept. Index past in deze machine een volledig nieuw kinematisch meerassig concept toe. Dat is niet gebaseerd is op de gebruikelijke spindeltrommel en sequentiële bewerking. De MS12-4 is veeleer gebaseerd op het principe van de langdraaiautomaat TRAUB TNL12, waarvan de kerncomponenten zoals spil en tegenspil, revolver en flexibele gereedschapshouders (FlexWT) als het ware vier keer boven elkaar zijn gestapeld. Zo kunnen vier onderdelen tegelijkertijd worden bewerkt, wat bijdraagt aan een enorme oppervlakteproductiviteit.
Veel configuraties mogelijk
Naast de configuratiefase met vier spillen en torens, evenals hetzelfde aantal subspindels en flexibele gereedschapsdragers (FlexWT), kan de klant andere uitrustingsvarianten kiezen. De machine kan precies geconfigureerd worden naar wens van de klant die een efficiënte oplossing zoekt . Voor typische langdraai stukken , waarbij het hoofdbewerkingsgedeelte aan de spilzijde ligt, is de variant met slechts twee subspindels en twee FlexWT bijzonder economisch. Hiermee kan men vier werkstukken in één keer bewerken: twee keer op de hoofdspil en gelijktijdig de achterzijde van twee werkstukken op de contraspil.
Loodvrij messing bewerken
Tijdens het Open House van Index presenteren zich 20 partnerbedrijven, zowel met stands als met presentaties. Daaronder is ook Makino. De Japanse machinebouwer werkt op het vlak van verkoop samen met Index. One Click Metal, waarin Index aandelen heeft, toont de nieuwe generatie 3D metaalprinter. En samen met Paul Horn en Diehl Brass Solutions, leverancier van messing halffabricaten, presenteert Index een nieuwe cyclus voor het bewerken van loodvrij messing. Zonder de toevoeging van lood is dit materiaal lastig te bewerken. Met de combinatie van hogedruk koeling, een gereedschap met de juiste spaanbreker en de ChipMaster software breekt de spaan eerder en kan men wel loodvrij messing bewerken.
Het Index Open House vindt meteen na de TechniShow plaats, van 17 maart tot en met 20 maart. Meer informatie en aanmelden: Index Open House 2026
Hexagon demonsteert dit jaar op de Hannover Messe en eigen AEON humanoïde robot in combinatie met 3D cannen. Wordt dit de volgende stap qua automatisering van inspecties en metrologie in de maakindustrie?
Afgelopen week vond op Brainport Industries Campus de officiële preview van Hannover Messe plaats. De internationale industriebeurs krijgt dit jaar, met als motto Think Tech Forward, een nieuwe opzet met een nieuwe hallenindeling. Automatisering blijft een van de hoofdthema’s, met zeker aandacht voor humanoïde robots die momentum winnen, zo was tijdens de preview de boodschap.
Hannover Messe Preview Benelux toont hoe ook in Nederland aan de toekomst gewerkt wordt
De presentatie van Affix Engineering tijdens Hannover Messe Preview Benelu.
AI Matters: Operator of the Future
AI Matters, een onderzoekscorsortium uit acht Europese landen, en het Hexagon Experience Center waren tijdens de preview van de Hannover Messe twee highlights in de tour over de Brainport campus. AI Matters is een van de onderzoeksconsortia die aan de beurs deelnemen. In het Operator of the Future project, een van de projecten, wordt met behulp van AI de robot veel slimmer gemaakt doordat deze zich automatisch gaat aanpassen aan de taken. De focus ligt op de klassieke robot die dankzij AI flexibeler wordt en niet meer specifiek geprogrammeerd moet worden voor elke taak. In plaats van een regelgebaseerde uitvoering van een vaste workflow, kunnen robots in de toekomst omgaan met onzekerheden en op basis van een complexe set of regels autonoom beslissen. “We zullen in staat zijn om robot skills te gebruiken”, aldus Ibrahim Öz van Affix engineering. Van automatisering gaat het dan naar autonomie.
Hexagon: autonome inspectie
In het Hexagon Experience Center ontbreekt de humanoid robot nog, maar in het metrologieconcern gaat op de Hannover Messe wel een blik in de toekomst van meten tonen. Op de beurs gaat de humanoïde robot AEON die Hexagon ontwikkelt autonoom werkstukken scannen met een van de handeldscanners. Het grote voordeel dat Hexagon ziet is dat de humanoïde robot langere tijd dan de mens op een consistente manier zal scannen. Het is een voorbeeld hoe Hexagon de focus legt op autonomie in meten en inspectie. Met deze combinatie kan straks in de industrie autonoom inspectietaken en kwaliteitscontroles worden uitgevoerd. Onlangs maakte Hexagon bekend samen te gaan werken met Microsoft om tot een nieuwe definitie van datagestuurde, adaptieve productie te komen. Het partnerschap zal verschillende uitdagingen op het gebied van implementatie aanpakken, zoals gegevensbeheer, one-shot imitatie-leren en training voor multimodale AI-modellen. Dankzij deze samenwerking heeft AEON, de industriële humanoïde robot van Hexagon, al bewezen in staat te zijn tot realtime defectdetectie en operationele intelligentie.
De Hannover Messe vindt dit jaar plaats van 20-24 april. Meer dan 3.000 exposanten nemen deels. De beurs gaat nog meer de nadruk leggen op kennisuitwisseling, met nieuwe kennis en netwerk events die aan het concept worden toegevoegd. Zo komen er onder andere Solutions Labs waar workshops plaatsvinden, masterclasses, round tables, podia en speed dating. Meer informatie vind je hier.
Foto: net als vorig jaar krijgt de humanoid robots veel aandacht op de Hannover Messe.
De nieuwste Economische Barometer van Koninklijke Metaalunie over het vierde kwartaal van 2025 schetst een gelaagd beeld van de Nederlandse MKB-maakindustrie. Terwijl de binnenlandse markt tekenen van een voorzichtig herstel vertoont, hapert de internationale motor en komt de groei van het personeelsbestand volledig tot stilstand.
Vooral de dalende investeringsbereidheid in het eigen machinepark baart zorgen voor de concurrentiekracht op de lange termijn. Inmiddels ligt er een nieuw regeerakkoord waarin Koninklijke Metaalunie lichtpuntjes ziet. Voorzitter Mark Helder zegt hierover: “Het coalitieakkoord omarmt het belang van dat verdienvermogen en straalt aanpakkersmentaliteit uit. Ik zie al onze belangrijke thema’s centraal staan in dit akkoord. Daar ben ik blij mee.” Hij doelt met name op het feit dat de coalitiepartijen inzetten op innovatiestimulering, een hogere arbeidsproductiviteit in het mkb, regeldrukvermindering, een betere aansluiting van onderwijs en technische arbeidsmarkt en aanpak van netcongestie.
Stabiele winstgevendheid, maar investeringsbereidheid bereikt dieptepunt
Groeiende terughoudendheid
Of deze plannen tot optimisme bij de ondernemers gaan leiden, moet uit de volgende barometer blijken. De resultaten van het onderzoek over Q4 2025 laten zien dat de MKB-maakindustrie zich in een fase van aanhoudende afkoeling beviundt. Hoewel de sector veerkracht toont, dwingt de uitdagende omgeving ondernemers tot een voorzichtige koers. De barometercijfers laten zien dat lichte verbeteringen in de orderpositie hand in hand gaan met een groeiende terughoudendheid om kapitaal vast te leggen in nieuwe technologie.
Financiële balans: Winstgevendheid houdt stand
Ondanks de macro-economische tegenwind blijft de financiële basis van de meeste metaalbedrijven opvallend stabiel. Het bedrijfsresultaat ontwikkelde zich in het vierde kwartaal van 2025 zelfs iets positiever dan in de voorgaande periode. Het aantal bedrijven dat een stijgend resultaat boekte, is momenteel vrijwel in balans met het aantal bedrijven dat de resultaten zag dalen. Kijkt men naar de bredere winstgevendheid, dan blijkt dat 45% van de lidbedrijven momenteel winst maakt. Dit percentage is nu al drie kwartalen op rij stabiel. Daarnaast slaagt 37% van de ondernemers erin om break-even te draaien. Dit betekent dat ruim vier op de vijf MKB-maakbedrijven (82%) onder de huidige marktomstandigheden winstgevend of kostendekkend opereert. Het aandeel verlieslatende bedrijven blijft ongewijzigd op 18%. Hoewel de cijfers stabiliteit suggereren, wordt deze deels gedreven door noodzakelijke prijsstijgingen die de aanhoudende druk op de marges enigszins verlichten.
Ondernemers lijken de kat uit de boom te kijken
Investeringsbereidheid onder druk
De grootste zorg uit de Barometer ligt bij de investeringsverwachtingen. Voor een sector die afhankelijk is van technologische voorsprong en efficiëntie, is de bereidheid om te investeren in het eigen machinepark zorgwekkend laag. Per saldo geeft slechts 26% van de ondernemers aan bereid te zijn om te investeren. De details achter dit cijfer zijn nog duidelijker: maar liefst 41% van de ondernemers verwacht dat de investeringen in machines zullen dalen, terwijl slechts 14% rekent op een toename. Deze terughoudendheid onderstreept het voorzichtige sentiment in de markt. Ondernemers lijken de kat uit de boom te kijken.
De dynamiek in de orderportefeuilles is tweeledig. Aan de ene kant is er een voorzichtig herstel zichtbaar op de binnenlandse markt. Hoewel de orderpositie met een saldo van -2% nog strikt genomen negatief is, is dit een duidelijke verbetering ten opzichte van de -7% in het derde kwartaal. De waardering van de huidige orderportefeuille is met +9% zelfs gematigd positief te noemen.
Aan de andere kant van de grens is het beeld aanzienlijk somberder. De buitenlandse vraag is met 11% gedaald vergeleken met het vorige kwartaal. Hiermee komt een abrupt einde aan de opwaartse trend die sinds medio 2024 was ingezet. Ondernemers verwachten ook voor de nabije toekomst weinig verbetering; de exportverwachtingen blijven met een saldo van -8% negatief.
Arbeidsmarkt: groei slaat om in stilstand
De afkoeling is nu ook definitief doorgedrongen tot het personeelsbeleid. Voor het eerst is de groei van het vaste personeelsbestand volledig tot stilstand gekomen, met een groeisaldo van 0%. De inzet van flexibel personeel neemt zelfs verder af naar een daling van 5%.
Interessant is de verschuiving in de vacaturemarkt: het aandeel bedrijven met openstaande vacatures daalde fors van 54% naar 44%. Toch stijgt het gemiddeld aantal vacatures bij de bedrijven die wél werven licht van 2,21 naar 2,31. Dit duidt op een markt waarin minder bedrijven actief op zoek zijn naar personeel, maar de bedrijven die dat wel doen, kampen met een grotere, specifiekere personeelsbehoefte.
Oproep aan de politiek
Gezien de stagnerende investeringen doet Koninklijke Metaalunie een dringende oproep aan het kabinet om innovatie te stimuleren. De branchevereniging pleit voor specifieke MKB-maatregelen die ondernemers over de drempel helpen om te investeren in robotisering, digitalisering en AI. Zonder dergelijke impulsen dreigt de sector, ondanks de huidige stabiele winstcijfers, haar voorsprong op de internationale markt te verliezen.
Nadat alle relevante toezichthouders hebben ingestemd, heeft DN Solutions de overname van Heller afgerond. De overname zal de geconsolideerde omzet van DN Solutions verhogen tot ongeveer EUR 2 miljard. Samen produceren ze jaarlijks meer dan 13.400 machines, wat schaalvoordelen en koopkracht versterkt.
Voor de korte termijn, één tot twee jaar, ligt de focus op de integratie en het ‘revitaliseren’ van de omzet bij Heller, laat DN Solutions in een persbericht weten. Er zal een duidelijke routekaart worden opgesteld voor gezamenlijke ontwikkeling en innovatie over de gehele waardeketen. Ook verwacht men aanzienlijke synergiën in R&D, marketing, service en productie. Dit moet de positie in de markt verstevigen. Met name de positie in de precisietechniek wordt verstevigd. DN Solutions is van plan te investeren in de Heller vestiging in Nürtingen (D).
DN Solutions wil met 2 miljard omzet powerhouse in de machinebouw zijn
Won-jong Kim en Thorsten Schmidt.
Merkidentiteit Heller blijft behouden
Won-jong Kim, CEO van DN Solutions, zegt: “We streven ernaar een powerhouse te creëren dat geen van beide bedrijven alleen kan bouwen, klaar om te voldoen aan veranderende industrie-eisen en langdurige stabiliteit en groei te leveren. Door onze sterke punten te bundelen zullen we onze leidende positie in het wereldwijde productielandschap aanzienlijk versterken en nog meer waarde leveren aan onze klanten.” Daarbij blijft de merkidentiteit van Heller behouden.
One-stop-shop
Thorsten Schmidt, CEO van Heller, spreekt over een win-win situatie, mede doordat de twee bedrijven samen een one-stop-shop voor de klanten creëren. De overname komt op een moment dat wereldwijd de werktuigmachine-industrie in een groot veranderingstraject zit, gedreven door zaken als reshoring, veerkracht in supply chains en de kapitaalsinvesteringen die de klanten doen. Gezamenlijk willen de bedrijven de kansen die deze transformatie biedt maximaal benutten.
Het eerste gezamenlijke openbare optreden van DN Solutions en Heller is tijdens SIMTOS, de Zuid Koreaanse machinebeurs in Seoul in april 2026.
De stroom bezoekersregistraties voor TechniShow 2026 en ESEF Maakindustrie zijn dit jaar al vroeg op gang gekomen. “De bezoekersregistratie loopt bovengemiddeld”, zegt Ricardo Vivas, beursmanager bij Jaarbeurs. Met guerrilla marketing en de inzet van influencers zoals Master Milo gaan de beurzen nieuwe bezoekersdoelgroepen trekken.
Het aftellen tot de TechniShow 2026 en ESEF Maakindustrie, dit keer geïntegreerd, is nu echt gestart. 10 maart openen beide beurzen. De laatste maanden hebben de beurzen wat het aantal exposanten betreft een extra groeispurt ingezet, die nog steeds aanhoudt. “Exposanten die op korte termijn hun deelname kunnen regelen, melden zich nog steeds. Daar zijn we blij mee”, zegt Ricardo Vivas tevreden. Het betekent dat TechniShow ondanks dat de beurs compacter is een compleet overzicht van de productietechnologie voor de metaalindustrie biedt. ESEF Maakindustrie is dit jaar volledig opgenomen in de technologiebeurs in hal 9, precies in de overgang van de TechniShow hallen 8 en 10.
Master Milo moet jongeren naar TechniShow en ESEF Maakindustrie trekken
Verjonging van bezoekersdoelgroepen
TechniShow viert dit jaar het 75-jarig bestaan. ESEF Maakindustrie bestaat ook alweer meer dan een halve eeuw. Redenen, zo zegt de beursmanager, om niet alleen de community zelf een stevig platform te bieden maar ook een testimonium te maken richting de Nederlandse samenleving. Ricardo Vivas: “We gaan de beide beurzen zichtbaar maken richting de brede samenleving om te laten zien wie en wat we zijn. De maakindustrie komt tegenwoordig veel in het nieuws, wordt vaak genoemd. Dan moet de brede samenleving wel weten dat we er zijn en wie we zijn.”
Jongeren aanspreken
De promotiecampagne van beide beurzen bevat nieuwe elementen, bedoeld om ook doelgroepen buiten de traditionele bezoekers aan te spreken. De organisatoren willen bijvoorbeeld gericht enthousiaste/gemotiveerde jongeren naar de beurs halen. Daarvoor is er een Young Talent programma, wordt er samengewerkt met stichting Technasium en bezoeken studenten van 120 HAVO en VWO-scholen die techniek in hun curriculum hebben de beurzen. Jongeren die hun beroepskeuze nog moeten maken, krijgen in Utrecht de kans de maakindustrie van binnenuit te leren kennen.
Master Milo fysiek op de beurzen aanwezig
Ook wordt er samengewerkt met influencers, waaronder de populaire Master Milo die via zijn YouTube kanaal honderdduizenden bezoekers trekt met technisch georiënteerde video’s. Ricardo Vivas: “Hij gaat voorafgaand aan de beurs aan de slag en zal ook op de beurzen fysiek aanwezig zijn met activiteiten, zoals met workshops.” Om de maakindustrie onder de aandacht van een breder publiek te brengen, start op NS-stations een guerrilla marketingcampagne.
TechniShow en ESEF Maakindustrie 2026 vinden van 10 – 13 maart plaats in Jaarbeurs Utrecht. Aanmelden voor ESEF Maakindustrie kan hier en voor TechniShow via deze link. Met de registratie voor één van beide beurzen heb je toegang tot beide vakbeurzen.
Voor veel kleine metaalbedrijven en machinebouwers blijft de overstap naar een ERP-systeem een hoge drempel. De implementatietijd is vaak te lang en de IT-infrastructuur te complex. ECI Software Solutions brengt daar verandering in met Ridder iQ Web. Deze volledig webgebaseerde oplossing is specifiek ontwikkeld om mkb-maakbedrijven tot 25 medewerkers binnen vijf dagen van hun spreadsheets af te helpen.
In de Europese maakindustrie is de druk om te digitaliseren groot, maar voor de kleinere toeleverancier ontbrak het vaak aan een “lichtvoetig” alternatief voor zware on-premise systemen. Ridder iQ Web vult dit gat door de bewezen technologie van de Ridder-suite naar de browser te brengen.
Webbased versie van Ridder iQ belooft ERP-implementatie binnen vijf werkdagen
Lissa Verhoog.
Snelheid als concurrentievoordeel
Het opvallendste aspect van de nieuwe release is de implementatiesnelheid. Waar traditionele ERP-trajecten maanden kunnen duren, belooft ECI een livegang binnen vijf werkdagen. Dit is mogelijk door het gebruik van branchespecifieke sjablonen en een kant-en-klare inrichting die direct aansluit op de dagelijkse praktijk van de metaalbewerker. Ten opzichte van generieke oplossingen biedt het een eenvoudiger, sneller en vooral productiegerichter alternatief, zonder overbodige modules. “Veel kleine maakbedrijven werken met systemen die ‘net voldoen’ totdat het bedrijf groeit,” stelt Lissa Verhoog, Senior Product Marketing Manager bij ECI Software Solutions. “Met Ridder iQ Web bieden we een platform dat zonder gedoe werkt vanaf elk apparaat, van laptop tot tablet op de werkvloer.”
Klaar voor AI
Het nieuwe ERP-platform is volledig cloud native en toegankelijk via een webbrowser. De focus ligt op de kerntaken in een bedrijf: offertes, inkoop, verkoop, productie (joborders) en voorraadbeheer. De architectuur is voorbereid op AI-integraties en koppelingen met moderne CAD/CAM-tooling
Straks ook voor grotere organisaties
Hoewel de doelgroep nu is bedrijven tot 25 medewerkers, kondigt ECI aan dat de webfunctionaliteiten vanaf begin 2027 ook voor grotere organisaties beschikbaar zullen komen.
Ridder iQ Web is per direct beschikbaar in Nederland en België, met een verdere Europese uitrol gepland voor de rest van 2026. ECI Software Solutions is een van de exposanten op de TechniShow 2026 en participeert ook in de Fabriek van de Toekomst die FPT met 22 partners op de beurs bouwt.