Met de EMO Hannover ‘23 keert de hoogmis van de metaalbewerking na vier jaar terug naar Duitsland. Het wordt ongetwijfeld een mooi feest voor de Duitse machinebouw, de organisator van de edities in Hannover. De wereld is echter veranderd.
De machinemarkt is internationaler dan ooit. De rol van software en zeker Kunstmatige Intelligentie wordt groter. En automatisering behelst ondertussen meer dan een robot die ‘s avonds nog enkele uurtjes de machine onbemand laat doordraaien. Automatiseren kan breder in het proces en slimmer. Wat ook verandert, is dat de dominantie van de automobielindustrie voorbij is. De fabrikanten van werktuigmachines hebben nieuwe afzetmarkten ontdekt, zoals de halfgeleiderindustrie.
Download
Hier kun je Solutions Magazine direct downloaden via deze link
High Purity cleaning Dat merk je heel goed op een andere beurs die in september in Duitsland plaatsvindt: Parts2Clean in Stuttgart. High Purity cleaning is hier het toverwoord: maar wat houdt dit begrip in? Een vastomlijnde definitie bestaat niet. High Purity reiniging is veel meer een denkwijze over het totale proces waarin ook de kleinste spelers onmisbaar zijn. Kortom: de keten moet meer samenwerken zoals FPT-VIMAG voorzitter Eddo Cammeraat zegt.
Festo print 40.000 componenten Er is nog een trendsettende verandering: additive manufacturing. Festo zet 3D printen steeds meer in als volwaardige productietechniek. Dichterbij huis toont Tenco DDM dat je ook 50.000 stuks soms sneller kunt 3D printen dan spuitgieten. Maar zoals altijd: het gaat om de beste oplossing voor een project.
Verder in deze editie:
Interview nieuwe FPT Vimag voorzitter Eddo Cammeraat
Hexagon ziet meten op machine als deel van de oplossing voor tekort aan vakmensen
EMO 2023: kijk verder dan de hardware
Bij Jansen Precision Technology laadt de cobot ’s avonds honderden precisiecomponenten op de draadvonkmachine
Festo zet additive manufacturing steeds meer in als productietechnologie
LouwersHanique breidt Grade2 reiniging uit met systeem van LPW
Zeg maar dag tegen de platformen, die verdwijnen eerdaags weer
High purity cleaning: wat betekent dat nu?
Bij van Cronenburg in Gent draait het om ouderwets vakmanschap, maar ze kunnen niet zonder 3D scannen
Quo Vadis automatisering?
Frank Biemans (BMO Automation) over de stap naar de autonome fabriek
Kortere doorlooptijden, meer flexibiliteit én het vermijden van transport spelen ook bij LouwersHanique. Door het sterk toegenomen volume en de behoefte om ook aluminium onderdelen in huis te reinigen, besloot de toeleverancier op zoek te gaan naar een oplossing om de capaciteit voor Grade 2 reiniging uit te breiden met een systeem dat in de toekomst ook geschikt is voor Grade 1. Na anderhalf jaar gedegen voorbereiding start in september het seriematig reinigen.
Al meer dan 15 jaar reinigt LouwersHanique technische keramiek en glasproducten conform UHV eisen. Het reinigingsproces is een extra service voor de klanten uit verschillende hightech sectoren. Naast het CNC frezen van deze brosse materialen beschikt LouwersHanique ook over volledig geautomatiseerde 5-assige bewerkingscentra voor metalen componenten.
LouwersHanique breidt Grade 2 reiniging uit met CNp-technologie van LPW
“Het complexe transport naar onder andere Schotland, waarvan je je moet afvragen of je dat milieutechnisch nog wilt, en de doorlooptijd, waren al redenen om in-house cleaning te onderzoeken. De Brexit heeft alles in een stroomversnelling gebracht”, legt Jeroen Bloem, Production Engineer, uit. Voor de assembly activiteiten is reinigen van alle componenten een essentiële stap in het proces. De toeleverancier heeft al meerdere reinigingssystemen, zowel dampontvettingsinstallaties als wasstraten. De onderdelen die extern werden gereinigd, waren hier te groot voor of geen van de bestaande systemen haalde de cleanliness eisen. Afgelopen voorjaar is daarom een nieuw High Purity systeem geïnstalleerd, het Power Jet 670 systeem van LPW Reinigungssysteme. Het systeem reinigt volgens Grade 2 specificaties. “En het is geschikt om in de toekomst Grade 1 te reinigen, iets dat we nu gaan ontwikkelen”, zegt Jeroen Bloem.
Holistische aanpak
High Purity reiniging is een proces dat een holistische aanpak vereist. Het begint met een aangepaste productiestrategie in de fijnmechanische bewerking en eindigt met de juiste combinatie van reinigingstechnologie, – strategie en -media. Aan de installatie van het LPW systeem bij LouwersHanique is een traject van anderhalf jaar vooraf gegaan, waarin samen met de cleanliness experts van de Duitse fabrikant naar de beste oplossing is gezocht, niet alleen qua cleanliness niveau maar ook passend bij de doorlooptijd die LouwersHanique wil. Hiervoor zijn er uitgebreide testen gedaan in het applicatiecentrum van LPW in Riederich, onder Stuttgart, dat onder andere over een cleanroom klasse 7 beschikt. Bij de afname van het systeem zijn Jeroen Bloem en Jan van der Vleuten, Production Engineer, een week lang in Riederich geweest voor training. “Het voordeel van het LPW-systeem, en misschien tegelijk het nadeel, is dat je heel veel instellingen kunt wijzigen”, zegt Jan van der Vleuten over het Power Jet systeem. “Je krijgt er alles mee schoon, tot op het hoogste niveau, maar je moet weten aan welke knoppen je moet draaien voor een stabiel proces.” Vanaf september gaat het systeem zo’n honderd verschillende onderdelen seriematig reinigen. Jeroen Bloem: “LPW heeft het programma ontwikkeld. De RVS onderdelen waren direct goed; aluminium vroeg nog verder finetuning omdat het materiaal vlekgevoelig is.” Beide materialen worden straks willekeurig door elkaar gereinigd.
Uniek CNp proces voor diepe reiniging
De reinigingstechnologie van LPW is water- en zeep gebaseerd. De Duitse fabrikant past het eigen Cyclic Nucleation proces (CNp) toe. Hierbij worden in diepe caviteiten of boorgaten onder vacuüm gasbellen gecreëerd die uiteindelijk imploderen. Hierbij komt de vervuiling los van het oppervlak en wordt afgevoerd. CNp is met name heel effectief bij het reinigen van diepe sleuven en blinde gaten. Het is minder agressief dan ultrasoon reinigen; het risico op beschadigingen is dus geringer. Voor LouwersHanique is dit met name voor de aluminium onderdelen een pluspunt. De beide kamers waarin gereinigd wordt, kunnen 360 graden draaien maar ook ‘schommelen’, afhankelijk hoe het reinigingsprogramma er uitziet. In de eerste kamer wordt met zeep gereinigd en dan gespoeld met demiwater; in de tweede kamer wordt met demiwater gereinigd en dan gedroogd. Het demiwater van de tweede kamer wordt apart gefilterd, waarbij niet alleen partikels tot 1 micron worden gefilterd maar ook alle mineralen uit het demiwater worden onttrokken. Dit demiwater is dan ook nog zuiverder dan dat in de eerste kamer. Met deze twee stappen haalt LouwersHanique Grade 2 surface cleanliness. “Voor vacuümtoepassingen doen we daarna een Bake-out en vervolgens een RGA meting”, voegt Jeroen Bloem hieraan toe. Het reinigingssysteem staat in een zogenaamde grijze kamer, gekoppeld aan een cleanroom. LPW bouwt de reinigingssystemen op een grid, zodat alle technische componenten vanaf de achterzijde toegankelijk zijn. Bij LouwersHanique is dat buiten de grijze kamer. Ook het bijvullen en aftappen van media voor controle gebeurt via de achterzijde. Hierdoor vermijdt men risico op vervuiling. De zeepconcentratie wordt automatisch op niveau gehouden. In de grijze kamer plaatsen de operators de korven met daarin producten op de rollenbaan en stellen het programma in. Nu gebeurt dit manueel, er komt nog een kraan voor de zwaardere onderdelen. Het beladen kan ook geautomatiseerd worden. Na het reinigen gaan de onderdelen via een sluis direct naar de cleanroom om daar verpakt te worden of voor een eventuele bake-out en RGA-meting.
Groep precisiebedrijven LouwersHanique maakt deel uit van de internationale Muon Group, onderdeel van de beursgenoteerde IDEX Corporation, waarin meerdere producenten van precisie fijnmechanische componenten zitten. De Brabantse toeleverancier onderscheidt zich met het bewerken van brosse materialen waaronder glas en keramiek met een unieke mix aan technologieën waaronder CNC, laser en 3D technieken zoals SLE (Selective Laser Induced Etching). Voor veel klanten worden de precisiecomponenten geassembleerd, niet zelden een combinatie van glas, metaal en keramiek. “Onze sterkte is dat onze engineers niet zomaar nee zeggen en altijd streven om een oplossing te vinden om nieuwe dingen te maken en producten door te ontwikkelen”, zegt Jeroen Bloem, Production Engineer. Projecten die als prototype starten, ontwikkelen zich binnen het bedrijf door naar serieproductie.
Goede ondersteuning
LPW levert meer dan een reinigingssysteem, het gaat om een heel proces. “Hun ondersteuning bij het finetunen van het programma is goed. Vanaf de afname van de machine in Duitsland tot en met de ondersteuning hier in Hapert, ofwel snel via een webmeeting of ze komen hier ter plaatse”, zegt Jeroen Bloem. Ook in de ontwikkelings- en bouwfase van het reinigingssysteem heeft LPW zich steeds flexibel opgesteld. Zo wilde LouwersHanique vrij laat in het proces iets grotere kamers omdat de eindklant z’n product had gewijzigd. Jeroen Bloem: “We hebben een STEP file van het gewijzigd product naar LPW gestuurd en daarmee is men gaan simuleren. Door de kamer in de hoeken iets aan te passen, past het product precies. Wat dat betreft zijn ze zeker flexibel.”
Totale proces beheersen
Grade 2 reinigen vraagt om controle over het totale productieproces van de hoogwaardige onderdelen, hebben de beide productie engineers van LouwersHanique ervaren. In het reinigingssysteem worden straks ook onderdelen van toeleveranciers gereinigd. “Aluminium bewerken we niet zelf, die onderdelen kopen we in. Daar gaan we reinheidseisen aan stellen. Toeleveranciers zullen ze Grade 4 schoon moeten aanleveren. Als wij onderdelen krijgen die nog onder de olie zitten, krijgen we ze met geen enkel systeem schoon voor Grade 2.” Dat geldt ook voor de RVS onderdelen die LouwersHanique zelf freest. Pre-cleaning is een wezenlijke stap om op Grade 2 en zeker in de toekomst Grade 1 uit te komen.
Wilvo Group neemt de Duitse specialist in hoogprecisie metaalbewerking Ottmar Buchberger GmbH over. Behalve dat de Brabantse groep hiermee zijn positie versterkt, breidt het ook de competenties uit richting het nauwkeurig bewerken van grote componenten.
Buchberger (120 medewerkers) kent een historie van meer dan 55 jaar en heeft zich ontwikkeld tot een betrouwbare partner met langdurige klantrelaties in uiteenlopende industriële eindmarkten, met een duidelijke focus op toepassingen die samenhangen met de energietransitie. De Duitse verspaner heeft beschikt over machinecapaciteit om werkstukken tot 40 ton te bewerken en lengtes tot 10 meter.
Rob Lemmens (rechts), CEO van Wilvo Group, samen met Michael Buchberger, CEO van Buchberger.
Middelen om verder te groeien
De afgelopen jaren heeft het bedrijf onder leiding van Michael Buchberger een grondige modernisering doorgemaakt. Hierbij zijn forse investeringen gedaan in technologie (onder andere CNC-machines van Zayer, DMG Mori en begin dit jaar nog Bost) , processen en organisatie. Als onderdeel van Wilvo krijgt Buchberger nu toegang tot een krachtig platform en extra middelen, zowel operationeel als financieel, om door te blijven investeren en verder te groeien. Het bedrijf blijft vanuit Tuchenbach zelfstandig werken.
Schaalvergroting
Michael Buchberger, CEO, noemt de overname door Wilvo noodzakelijk in het proces van schaalvergroting. “Wij hebben een sterk bedrijf opgebouwd en willen samen met onze klanten blijven groeien. Dit vraagt om schaalvergroting en investeringscapaciteit. In Wilvo hebben wij een partner gevonden met een lange traditie, een sterk technisch DNA, commerciële expertise en financiële slagkracht. Dit stelt ons in staat onze groeistrategie verder te versnellen.”
Internationale groeistrategie
Door deze overname voegt Wilvo nieuwe eindmarkten en een complementair klantenportfolio toe aan zijn bestaande activiteiten. Daarmee vergroot de groep de diversificatie en zet het een belangrijke stap in haar internationale groeistrategie.
Met 460 exposanten uit 28 landen is de derde editie van GrindingHub uitverkocht: 3 hallen in het beurscomplex van Stuttgart. Cijfers die vergelijkbaar zijn met de vorige editie. De slijpbeurs die de VDW organiseert, breidt dit jaar het programma onder meer uit met het presenteren van concrete toepassingen uit de industrie in het Grinding Solution Forum.
De markt voor slijptechnologie blijft moeilijk. Tijdens de recente persconferentie van Grinding Hub presenteerde de VDW cijfers over de sector die een productiekrimp toonden van 5 procent en een exportkrimp van 25 procent over 2025. Vooral de eerste drie kwartalen van vorig jaar zijn lastig geweest. Toch stemmen drie volle beurshallen de organisatoren hoopvol.
Onderzoeksinstituten presenteren nieuwe concepten voor slijpbewerkingen
In het Grinding Solution Forum (hal 10 C50) worden de nieuwe inzichten in slijptechnologie gedeeld met de beursbezoekers (foto messe Stuttgart)
Reden tot optimisme
“De grote opkomst van exposanten is een duidelijk teken van steun voor GrindingHub. Het laat zien dat de sector op zoek is naar dialoog, oplossingen vooruit helpt en vooruitkijkt. Dit zou de hele sector reden tot optimisme moeten geven,” zegt Markus Heering, algemeen directeur van de organisator VDW. De beurs in Stuttgart heeft zich in korte tijd ontwikkeld tot het platform voor een complete waardeketen. Exposanten komen vooral uit Duitsland, China, Zwitserland en Italië. Ze tonen niet alleen de technologie, ook de periferie oplossingen rondom de machine en de software.
Sterke vertegenwoordiging uit Zwitserland
Zwitserland is het best vertegenwoordigd land onder de exposanten. Dat verbaast Christoph Blättler van Swissmem, de vereniging van de Zwitserse tech-industrie, niet. „Ongeveer een vijfde van de Zwitserse export van werktuigmachines bestaat uit slijpmachines. Deze technologie is dan ook van groot belang voor onze aangesloten bedrijven. Het Grinding Pavilion Switzerland op de beurs biedt met name kleinere bedrijven de mogelijkheid om op efficiënte wijze aanwezig te zijn op de beurs.”
Vijf instituten presenteren nieuwe onderzoeksresultaten
Grinding Solution Park Science brengt in Stuttgart de slijpindustrie en wetenschap samen. Vijf onderzoeksinstituten presenteren hier de laatste wetenschappelijke ontwikkelingen en mogelijkheden voor kennistransfer. Een van deze vijf instituten is de RWTH Aachen. Daar ontwikkelt men samen met MTU Aero Enginers digital twins om de oppervlakte integriteit van geslepen componenten op voorhand te kunnen voorspellen. RWHT Aachen werkt hieraan samen met MTU Aero Engines. Hiervoor gebruikt men op NC-baan gebaseerde digital twins met als ultiem doel tot een closed loop slijpproces te komen, met continue terugkoppeling tussen proces, model en machine. De eerste testen zijn positief, maar de onderzoekers willen nog meer informatiebronnen in het model opnamen.
Samen met het Startup Hub, Grinding Solution Park Industry en Grinding Pavillion Switserland biedt GrindingHub 2026 een platform waar industrie, wetenschap en machinebouw elkaar ontmoeten en ideeën uitwisselen.
GrindingHub vindt van 5 tot en met 8 mei plaats in Messe Stuttgart. In 2027 start de VDW ook een editie in de VS GrindingHub Americas in Cincinnati.
DN Solutions heeft een strategische samenwerkingsovereenkomst gesloten met het Zuid-Koreaanse defensiebedrijf LDAS. Deze voorziet onder andere inde levering van Additive Manufacturing machines en CNC-machines voor het nabewerken van de 3D geprinte onderdelen. Het defensiebedrijf wil productontwikkeling versnellen en onderdelen van constante kwaliteit leveren door flexibele additive manufacturing-systemen te combineren met een stabiel nabewerkingsproces.
De order die de machinebouwer binnenhaalt, past in de AM2CNC strategie van de Zuid-Koreaanse machinebouwer. AM-systemen worden systematisch gekoppeld aan CNC-machines zodat er een geïntegreerde workflow ontstaat voor de productie van complexe en zeer nauwkeurige componenten. Dit zorgt voor precisie, productiviteit en processtabiliteit.
Cruciaal moment voor defensiespecialist LDAS
Won jong Kim, CEO van DN Solutions (links), samen met Keun Lee, CEO van LDAS, voor een DLX 325 metal 3D printer. (Foto’s: DN Solutions).
Doorlooptijden verkorten
LDAS ontwikkeld en produceert precisie componenten voor defensie toepassingen, waaronder geluidsdempers voor op geweren. Het bedrijf wil met de machines van DN Solutions zowel de prototype- als de productieactiviteiten vergroten. “De ingebruikname van deze machines betekent een cruciaal keerpunt voor LDAS, waardoor we de doorlooptijden van de productontwikkeling kunnen verkorten en onze productieprocessen verder kunnen verbeteren”, aldus een official van LDAS.
Naar de praktijk
Won-jong Kim, CEO van DN Solutions, noemt de overeenkomst met LDAS een significante stap voor de machinebouwer omdat men aan LDAS een geïntegreerde oplossing levert voor de productie van precisiecomponenten die aan hoge eisen moeten voldoen. “DN Solutions zet zich intensief in om productie-innovatie in diverse sectoren te stimuleren met op maat gemaakte oplossingen die additive manufacturing en nabewerking met elkaar verbinden. We zijn dan ook blij dat we onze oplossingen samen met een ervaren partner in de praktijk kunnen brengen.”
Vino Suntharakumaran, Vice President Additive Manufacturing (links) samen met Keun Lee van DAS.
DN Solutions toonde vorige maand op de TechniShow (bij Dormac CNC Solutions) nog meerdere innovatieve producten gemaakt (waaronder een geluidsdemper, foto boven) volgens de AM2CNC aanpak. In de volgende editie van Solutions Magazine kun je daar meer over lezen, onder andere hoe de machinebouwer AM en CNC-bewerken verder wil integreren.
Kan het contrast groter zijn dan deze week op de Hannover Messe? Terwijl Bondskanselier Friedrich Merz op Centerstage dat Duitsland alles heeft om weer leidend te worden in de industrie, luiden brancheorganisaties de noodklok, in voor Duitsland ongekende bewoordingen. Odertussen staat de Chinese industrie in de beurshallen te shinen. Het probleem waar Duitsland mee worstelt geldt eigenlijk voor heel Europa.
Het gaat allang niet meer alleen om de dure energie die de Duitse en eigenlijk de West-Europese industrie op wereldvlak op een forse achterstand zet. Het gaat ook om regelgeving die de concurrentiepositie van bedrijven aantast. De kritiek die je op de Hannover Messe hoorde van brancheorganisaties was stevig.
Duitse industrie luidt op Hannover Messe de noodklok
Siemens CEO Roland Busch (rechts) samen met Accenture CEO JUlie Sweet. De beide bedrijven kondigden op de Hannover Messe de Accenture Siemens Business Group aan. De bedrijven gaan oplossingen ontwikkelen en op de markt brengen die technologie uit het Siemens Xcelerator-portfolio van industriële AI, software en automatiseringstechnologie combineren met de data- en AI-mogelijkheden van Accenture. Het doel is om de digitale transformatie voor klanten in diverse sectoren te versnellen – met een bijzondere focus op snelgroeiende regio’s.
VDMA: de grens is bereikt
Wat de VDMA betreft zijn de grenzen van wat de Duitse machinebouwindustrie kan incasseren bereikt. Politiek die moed ontbreekt, het achterwege blijven van hervormingen en dure regelingen leiden ertoe dat Duitse industriële ondernemingen buiten het land investeren, zo werd op de persconferentie samen met onder andere BDI (Bundesverband der Deutsche Industrie) gezegd. „We horen van steeds meer aangesloten bedrijven dat ze weliswaar in Duitsland willen blijven, maar nieuwe investeringen in andere landen met gunstigere voorwaarden willen doen”, aldus VDMA-president Bertram Kawlath.
CBAM als voorbeeld EU-regelgeving die aanzet tot verplaatsing productie
De verstikkende regelgeving voor de Duitse industrie vindt niet alleen zijn oorsprong in Berlijn, maar ook in Brussel. De VDMA-president noemde als voorbeeld de CBAM-regelgeving die bepaalde grondstoffen van buiten de EU belast met een CO2 heffing. De regelgeving zorgt voor een enorme bureaucratische rompslomp voor bedrijven, zodat volgens de VDMA-onderzoek inmiddels 40% van de leden overweegt dan maar activiteiten te verplaatsen naar buiten Europa. Bovenop CBAM krijgt de industrie nog te maken met andere Europese regels: Digital Product Pasport, nieuwe verpakkingsregels, Critical Rwa Material Act en de Europese wetgeving op het vlak van AI.
Siemens topman: geen overregulering als het om AI gaat
Niet alleen de Chinese concurrentie van de Europese industrie presenteert zich op de Hannover Messe, het land zoekt op de beursvloer naar partijen die in China willen investeren.
EU AI-wetgeving remt innovatie
Vanuit zowel de VDMA als ook Siemens klinkt er veel kritiek op de Europese AI-wet. Data uit bedrijven moet je niet hetzelfde willen behandelen als data van consumenten, aldus Siemens CEO Roland Busch. “Nog meer regelgeving voor AI voegt geen waarde toe. Het is natuurlijk een no go als je copyright schendt, maar we moeten niet overreguleren.” De AI wet van de EU remt de innovatie af. Hij dreigt nu zelfs miljardeninvesteringen te verplaatsen van Europa naar de VS als de Europese Commissie de strikte AI-regels niet versoepelt. Bondskanselier Friedrich Merz kon niet anders dan hem steunen en zeggen dat hij voor versoepelingen gaat pleiten in Brussel. “Als Duitsland het nu goed aanpakt, zal AI helpen om industriële toegevoegde waarde en hoogwaardige banen in het land te creëren en te behouden, en daar vervolgens echt kansen voor ons allemaal van te maken.” De realiteit is echter anders.
Humanoid robots zijn het topic, naast AI. Europese spelers klagen over gebrek aan investeerders.
De oorzaak van de problemen ligt bij ons
Kritiek klonk er ook uit de mond van Peter Leibinger, de vroegere Trumpf-bestuurder die tegenwoordig president is van de BDI. “De druk op de industrie blijft bestaan en neemt toe. Duitsland moet nu actie ondernemen”, zei BDI-voorzitter Peter Leibinger maandag in Hannover. “De kosten op deze locatie – een combinatie van loonkosten per eenheid product, loonkosten buiten het loon, belastingdruk, administratieve rompslomp en energie – zijn simpelweg te hoog. We zijn als vestigingsplaats niet meer concurrerend”, waarschuwt Leibinger. Geopolitieke ontwikkelingen zijn niet de oorzaak, ze verergeren de situatie alleen maar. “De oorzaak ligt bij ons.” De impact van overregulering op bedrijven is volgens Leibinger aanzienlijk, omdat het processen vertraagt, werk toevoegt en leidt tot hogere kosten. Daarnaast heeft strenge regelgeving een negatieve invloed op de bedrijfscultuur en kan het ondernemerschap aanzienlijk beperken.
Verliest de EU de slag om de humanoid robots?
Het thema op de Hannover Messe is dit jaar naast AI de humanoid robot. En daar zie je meteen het probleem van Europa. Deze markt wordt op de beurs gedomineerd door China; en dan zijn de Amerikaanse ontwikkelaars er amper nog. Je vindt in Hannover ook Europese ontwikkelaars van humanoid robots. Als je met de startups praat, krijg je steevast te horen dat ze tegen het probleem van financiering aanlopen. Ze willen sneller, maar investeerders zijn er in Europa niet meer te vinden. Wel Amerikaanse, maar die willen pas investeren als de activiteiten naar de VS worden verplaatst. Dat zorgt ook voor groeiplannen waar Amerikaanse en Chinese spelers om lachen: de productie opschalen naar dertig humanoid robots per maand klinkt goed, maar in China en de VS bouwen ze ze met duizenden per maand. Nog los van het feit dat er nog werk aan de winkel is wil je de robots met armen en benen op grote schaal industrieel kunnen inzetten, wat overigens wel al op kleine schaal gebeurt, dreigt Europa hier de slag op voorhand te verliezen.
Veel aandacht is er ook voor defensie. Onder andere de Bundeswehr is nadrukkelijk aanwezig met veel materieel zowel als menskracht.
Duitsland heeft als industrieland een groot probleem. Maar geldt dit eigenlijk niet voor de hele EU, met name de West-Europese landen? Honderden miljarden publiek-privaat geld investeren zoals Mario Draghi bepleit leidt af van de echte oorzaak: doorgeschoten regelgeving op alle vlakken en te laat onderkennen dat de wereld veranderd is en dat bepaalde ambities niet realistisch zijn. Althans niet als je je oude schoenen weggooit voordat je goede nieuwe hebt,
Een van de Chinese machinebouwers die in Europa voet aan de grond wil krijgen is Syil CNC Machine Tools Inc. De Nederlander Frans Buikema is Chief Marketing Officer bij de Chinese fabrikant. Over de vraag waarom de Chinese machinebouwers marktaandeel winnen, is hij duidelijk: ze luisteren naar klanten en het ecosysteem in hun eigen land geeft ze de kans razendsnel te innoveren en op te schalen.
De meest recente cijfers over de productie van Duitse gereedschapmachines wijzen uit dat China de voorsprong verder heeft uitgebouwd. Met een productie (zonder onderdelen en toebehoren) van € 30 miljard boekten de Chinese fabrikanten een nieuw record. De productie in Duitsland kwam niet verder dan €9,4 miljard. Daarmee neemt Duitsland de tweede plek in (marktaandeel wereldwijd van 12%; Japan 10%; China 37%). Deze week vindt in Shanghai de CCMT 2026 plaats, de tweejaarlijkse beurs voor CNC-machines met als thema Digitalization · Interconnection · Intelligent Manufacturing. Met ruim 2.000 exposanten uit 27 landen verspreid over 17 hallen (202.000 vierkante meter beursvloer) is het de grootste Aziatische werktuigmachinebeurs in 2026.
Syil zoekt met Europees design en dealernetwerk aansluiting bij Europese markt
Frans Buikema samen met Xu Shuo, oprichter en CEO van Syil Machine Tools Inc.
Xu Shuo, oprichter en CEO van Syil Machine Tools Inc., is een jaar of vijftien geleden begonnen met het bouwen van kleine desktop machines. Pas de laatste vijf jaar heeft hij de focus verschoven naar het bouwen van compacte 3- en 5-assige bewerkingscentra, CNC-draaibanken en een Swiss Type machine (5-assige langdraaier). In eerste instantie voor de binnenlandse markt in China, sinds enkele jaren ook voor de export. Inmiddels werkt de Nederlander Frans Buikema als Chief Marketing Officer bij de Chinese machinebouwer. Daarvoor heeft hij vijftien jaar Chinese bedrijven begeleid die willen exporteren naar Europa en de VS.
Europese en Japanse componenten
Frans Buikema bevestigt de indruk die menigeen aan de EMO 2025 heeft overgehouden: de opmars van de Chinese fabrikanten in Europa versnelt, mede doordat ze bereid zijn te luisteren naar feedback en hiervan te leren. “De eerste machines waren niet goed genoeg voor de Europese markt. Dan kun je twee dingen doen: ermee kappen of naar de feedback luisteren. Syil heeft dit laatste gedaan en de machines verbeterd.” Syil bouwt de CNC-machines nu met veel componenten van Europese en Japanse bedrijven. Het frame komt van Schneeberger (Zwitserland met een fabriek in China); de drives en besturing van Siemens (Sinumerik 828); de geleidingen van THK (Japans met Chinese fabriek) en de spindels van Kessler. Voor het nieuwe design, wat vorig jaar op de EMO werd getoond in de X7, heeft men begin dit jaar een designteam in München ingehuurd, dat stap voor stap alle 10 machinemodellen gaat re-designen. “We proberen echt een internationaal merk neer te zetten, met ook wel Chinese onderdelen maar alle kritische componenten zijn gewoon Europees of Japans”, aldus de CMO.
De dealers houden moeten de garantiebelofte waarmaken, onder andere door onderdelen op voorraad te houden
Businessmodel aangepast
Syil heeft niet alleen de machine opnieuw ontwerpen om aan de Europese standaard te voldoen. Tegelijker met het doorlopen van het traject om aan de CE-normering te voldoen, heeft de Chinese machinebouwer het businessmodel op z’n kop gezet. Frans Buikema: “In eerste instantie deden we directe verkoop; nu baseren we ons salesmodel op dealernetwerken. Hierin verschillen we van andere Chinese fabrikanten, die denken met één of twee dealers Europa af te kunnen dekken.” Syil bouwt een fijnmaziger dealernetwerk op, met lokale dealers in landen als Denemarken, Polen, Frankrijk, UK en de Benelux. In Nederland en België vertegenwoordigt de Belgische machineverdeler Crispyn het Chinese merk. “De investering in een nieuw merk moet ook voor de dealer rendelen. Alleen België is te klein, daarom doet Crispijn de hele Benelux”, legt Buikema uit.
De Syil X7 is de eerste CNC-machine van de Chinese fabrikant in het nieuwe design, getekend door een designteam in Duitsland. In de VS heeft Syil een samenwerking met Titans of CNC om de machines te promoten.
Lokale dealers zijn nodig
Hij zegt dat veel Chinese fabrikanten in het begin de fout hebben gemaakt door te denken dat ze de service vanuit China kunnen doen. “Dat werkt niet.” Op dit punt voltrekt zich momenteel een cultuurverandering in het land, merkt hij. “In China wordt anders over garantie gedacht. In Amerika en Europa is garantie onderdeel van je aankoop; in China niet. Ze beloven wel garantie als je ernaar vraagt, maar als je geen lokale dealers hebt, ga dan maar eens je garantie opeisen.” Syil investeert mede daarom in lokale dealernetwerken om vertrouwen te wekken. De dealers houden moeten de garantiebelofte waarmaken, onder andere door onderdelen op voorraad te houden. Frans Buikema: “Ik zie hier voor onszelf best nog ruimte voor verbetering; we hebben nog niet alle onderdelen in Europa op voorraad, maar heel veel is er wel al. Het groeit.”
Ecosysteem voor machinebouw
De sleutel tot het Chinese succes is volgens Frans Buikema het feit dat China in staat is ecosystemen te bouwen. De fabrieken van alle componentenleveranciers, ook die van de Europese en Japanse, staan in een straal van 100 km rond de fabriek van Syil machine Tools in Yuyao. “Alles zit dicht op elkaar, de hele supply chain. Als wij morgen moeten opschalen kan dat heel snel. Zo’n cluster zou je in Europa ook wel willen maar het is er niet. Hier haalt een machinebouwer het ene onderdeel uit Japan, het andere uit Duitsland en een derde component weer ergens anders vandaan.” Syil bouwt op dit moment 500 CNC-machines per jaar. Over 2,5 jaar moet de nieuwe fabriek gereed zijn en dan wil de fabrikant 1.000 machines per jaar bouwen. Het is dit ecosysteem waar de Chinese machinebouwers hun voordeel uithalen, meent Frans Buikema. “Want het voordeel van het arbeidsloon is niet meer zo groot. In Roemenië is een arbeider misschien wel goedkoper.”
Ondanks de voor Europese begrippen lage prijzen wil de Chinese fabrikant niet op prijs concurreren. Net als in de automobielindustrie wil men meer machine bieden voor een vaste prijs.
Complete geautomatiseerde productiecel
Syil werkt ook aan automatisering. Samen met Siemens en Kuka ontwikkelt het een robotcel voor de 3- en 5-assige bewerkingscentra waarbij de robot via RunMyRobot via Sinumerik wordt geprogrammeerd. De prijs voor de combinatie van de X7 (bereik 400 x 300 x 380 mm en maximaal werkstukgewicht 150 kg en HSK40 opname) en de robotcel (met Kuka robot voor onderdelen tot 3 kg) staat nog niet definitief vast, maar Frans Buikema verwacht dat de prijs onder de €100.000 blijft. “Helemaal klaar. Dan kun je 24/7 produceren.”
Kunstmatige Intelligentie is een nieuwe tool in de gereedschapskist van een robotica engineer; een nieuw type hamer. Echter, te vaak wordt deze tool ingezet als gereedschap voor ieder probleem. Een onderzoeksteam van de TU Eindhoven zet daar vraagtekens bij; niet ieder probleem laat zich immers vertalen naar de vorm van een spijker. Het Lazy Robotics idee kiest een heel andere invalshoek om tot een autonome robot te komen die heel goed kan opereren in de High Mix Low Volume omgeving van de Brainportregio.
“We focussen op autonome robots die traceerbare beslissingen nemen en niet méér doen dan wat strikt noodzakelijk is voor de taak. Dit gedachtengoed noemen we Lazy Robotics”, zegt zegt Jordy Senden, onderzoeker binnen de Robotics Research groep (RBT) aan de Technische Universiteit Eindhoven (TU/e).
Het team betwijfelt of Large Language Models (LLMs) en Vision Language Action Models (VLAs), tegenwoordig veel toegepast in de video’s die online viraal gaan, de oplossing gaat zijn om robots autonomer en inzetbaar te maken. Tijdens Manufacturing Technology Conference 2026 houdt hij een Tech-talk over deze systeemaanpak en het Lazy Robotics paradigma. Dit werk gebeurt binnen AI-Matters, een Europees programma binnen de Brainportregio gericht op de inzet van Kunstmatige Intelligentie in de maakindustrie.
Jordy Senden bij een testopstelling van de autonome cobot.
In een tijd van LLMs en VLAs kiest Eindhovens onderzoeksteam voor een systeemaanpak
Robot heeft geen idee wat hij doet
Deze end-to-end neurale netwerken, met miljoenen parameters, worden getraind op grote hoeveelheden data. Deze data worden vaak gegenereerd door gebruik te maken van simulaties waarbij één specifieke robot één specifieke taak duizenden keren uitvoert, met telkens net iets andere variaties in de gesimuleerde wereld. “Dit resulteert in hele gave filmpjes, maar de robot heeft eigenlijk geen idee wat deze aan het doen is en waarom.”, zegt Senden. Dat laatste is belangrijk, vooral als dingen mis dreigen te gaan.
Brainport DNA: system thinking
Het idee van het Eindhovense robotteam is gebaseerd op ‘system thinking’: split de benodigde functionaliteiten van de robot op in kleine blokken; beschrijf deze afzonderlijk, robot agnostisch; en zorg voor een mechanisme dat deze kan koppelen voor en tijdens de uitvoering. Deze aanpak volgt de principes van Systems Engineering. Jordy Senden: “Zoals ASML denkt: splits functionaliteiten, zodat je het systeem eenvoudiger kunt updaten. Deze benadering vormt een tegenpool tegenover de LMMs en VLAMs die inputs en outputs koppelen via één groot model.” Het grootste bezwaar dat het Eindhovense onderzoeksteam tegen deze grote taalmodellen heeft, is dat ze in feite een black box zijn. Je traint de robot en het visionsysteem met heel veel data in de hoop dat het werkt. In veel gevallen werkt het inderdaad. Je kunt echter niet verklaren waarom het in bepaalde omstandigheden niet werkt; dan rest niets anders dan opnieuw trainen met nog meer data. Ook als je een specifieke robot getraind hebt voor een specifieke taak en je verandert de configuratie, moet je weer opnieuw gaan trainen. Daarnaast zorgt deze aanpak voor een te sterke koppeling tussen de taak en het systeem, als je een ander type camera installeert, moet je eerst weer gaan trainen.
Kennis uit wereldmodellen halen
Een belangrijk blok is het Wereld Model (WM) waarin alle kennis die de robot van de wereld heeft, wordt opgeslagen. Deze aanpak gebruikt Tech United, het robotvoetbalteam van de TU/e, al bijna twintig jaar. “Hun volledig autonome robots zijn niet voor niks al 8 keer wereldkampioen in de Mid-Sized League”, merkt Jordy Senden op. Data zijn belangrijk, maar het gaat om de informatie die je eruit haalt. Door data naar een semantisch hoger niveau te tillen, denken de Eindhovense onderzoekers dat je de hoeveelheid data die nodig is, kunt reduceren.” In zo’n groot taalmodel zit de kennis impliciet opgesloten, maar je kunt deze niet expliciet maken. De Lazy Robotics gedachte wil dat de kennis van de wereld als expliciete modellen worden meegegeven aan de robot, zodat deze kan redeneren over de huidige situatie. Zo’n zogenaamd wereldmodel is feitelijk een digitale beschrijving van de werkelijkheid, bijvoorbeeld een niet verplaatsbaar object in de ruimte; of een mens in de ruimte. “Door hier semantiek aan toe te voegen, kan de robot redeneren wat hij moet doen”, legt Senden uit. Zo denkt men een robuust autonoom robotsysteem te bouwen dat tijdens de uitvoering traceerbare beslissingen kan nemen en het gedrag kan aanpassen. De variatie in de wereld is namelijk groot; dat kun je aan de voorkant niet allemaal afvangen in de designperiode van de autonome robot.
De robot, de taak en de skills
Het Lazy Robotics team knipt de zaak op in drie blokken: een beschrijving van de robot, de taak die deze moet uitvoeren, en de skills die hiervoor nodig zijn. Bij het trainen van deze drie componenten kan wel degelijk AI gebruikt worden, maar in een veel kleinere omvang dan anderen doen. Door de beschrijving van de taken, skills, en robot te ontkoppelen, kunnen deze tijdens de uitvoering flexibel gekoppeld worden. Dit moet ertoe leiden dat de robot meerdere taken kan uitvoeren, precies wat de High Mix Low Volume productieomgeving in de Brainportregio vraagt. Doordat de skills los staan van de robot, is men robot onafhankelijk. “We zouden dan ook één taak door meerdere robots kunnen laten doen”, zegt Jordy Senden. De robot wordt autonomer, gaat zelf scenario’s plannen en afwegingen maken op basis van hypothesen hoe bepaalde taken het beste uitgevoerd kunnen worden. Dat kan de ene keer snel zijn, de andere keer langzamer omdat de gevraagde kwaliteit op een hoog niveau ligt. Op basis van de kennis die de robot in zijn wereldmodel kan raadplegen, kan deze een voorspelling doen van zijn acties. De robot kan nu de data die bijvoorbeeld het visionsysteem genereert vergelijken met deze voorkennis en dan beslissen bepaalde acties te doen of niet.
Het concept van Lazy Robotics is getest bij het plukken van tomaten door een robot.
Het gaat immers in de reële wereld niet alleen om snelheid, maar bijvoorbeeld ook om hoeveel energie een handeling kost, hoeveel resources, om de veiligheid
Fabrieken en tomaten
Fabrieken zijn vrijwel nooit identiek, vooral niet als je alles exact geometrisch gaat opmeten. Toch hebben ze op een bepaald abstractieniveau veel overeenkomsten. Door deze in het wereldmodel te stoppen, bouw je aan een flexibel systeem. Het onderzoeksteam heeft het gebruik van een wereldmodel getest met tomatenplanten. Elke plant is anders als je deze exact gaan opmeten, maar op topologisch niveau zijn planten redelijk gelijk; er is een hoofdstam waaraan trossen en bladeren in een voorspelbaar patroon groeien. Als je de stam vastpakt en daarlangs omhooggaat, kom je ofwel een blad tegen of een tros tomaten. Lazy Robotics zoekt naar wereldmodellen die gebruik maakt van dit soort invariante beschrijvingen. Als de skills die de robot nodig heeft om de tros tomaten te knippen gebaseerd is op deze invariante beschrijving, wordt deze onafhankelijk van de exacte geometrische presentatie. Jordy Senden: “We geven de robot een ruwe voorspelling mee van waar hij de tros tomaten mag verwachten. De robot heeft nu voorkennis uit het wereldmodel en koppelt dit aan de info van bijvoorbeeld de camera. We houden rekening met meerdere hypotheses; de informatie klopt met het model, het klopt niet, of we weten het nog niet. Deze expliciete hypotheses stelt de robot in staat om extra informatie te verzamelen, voordat deze een conclusie trekt.”
Minder tijd kwijt aan de use case
Jordy Senden hoort vaker de kritiek dat de aanpak van Lazy Robotics diepgaand en complex is. “Wij denken dat we zo diep moeten gaan om op een hoger niveau gemakkelijker te kunnen werken. Als een dergelijke ontkoppeling eenmaal bestaat, zijn we minder tijd kwijt aan het maken van een specifieke oplossing.” En dat is wat de maakindustrie in de regio zoekt. Hij ziet nog een ander pluspunt van deze multi skill approach: het hele systeem wordt terugwaarts traceerbaar. “De robot kan uitleggen waarom hij bepaalde skills gebruikt, je krijgt hierdoor meer invloed op wat de robot doet.” Het gaat immers in de reële wereld niet alleen om snelheid, maar bijvoorbeeld ook om hoeveel energie een handeling kost, hoeveel resources, om de veiligheid. Met de aanpak van Lazy Robotics maakt de robot straks de afwegingen zelf en kan deze uitleggen waarom hij tot een bepaalde keuze komt. Volledig traceerbaar, niet op basis van een black box.
Jordy Senden houdt op 23 april tijdens Manufacturing Technology Conference in NH Koningshof in Veldhoven een Tech-Talk over Lazy Robotics. Interesse: aanmelden kan via de website
De productiviteitswinst in de mkb-maakindustrie blijft achter bij wat mogelijk is. 80 procent van de bedrijven heeft de inzet van data en sensoren onvoldoende doorontwikkeld. En nog meer bedrijven hebben onvoldoende zicht op welke stappen in het productieproces ze kunnen automatiseren of waar AI zin heeft.
Dit zijn de twee belangrijkste conclusies uit een onderzoek Productieautomatisering en mkb-maakbedrijven, uitgevoerd door Midpoint Brabant, REWIN, FME, Koninklijke Metaalunie en Fontys Hogeschool. Input werd verzameld via een brede survey onder mkb-maakbedrijven en tijdens het event Dark Factory: droom of nachtmerrie?, waar ondernemers en experts samen kansen en knelpunten verkenden.
Onderzoek Midpoint Brabant in Brabantse maakindustrie toont aan dat bedrijven willen maar richting missen
Foto: Midpoint Brabant
Onvoldoende grip
Het whitepaper die naar aanleiding van het onderzoek is gemaakt, laat zien dat mkb-maakbedrijven wel willen automatiseren, maar nog te weinig grip hebben om verder door te pakken. Data en sensoren worden ingezet, maar vaak beperkt. Veel bedrijven weten niet welke procesonderdelen met AI geautomatiseerd kunnen worden, wat groei in productiviteit tegenhoudt. De bereidheid om te digitaliseren groeit, maar zonder duidelijke richting blijft impact uit.
De tijd dringt
Het onderzoek laat zien dat mkb-maakbedrijven steeds vaker kiezen voor kleine, haalbare stappen in plaats van grootschalige trajecten. Procesinnovatie in productie en de inzet van AI en technologie waarbij medewerkers vanaf het begin worden meegenomen, zijn de sleutel. Die aanpak werkt, maar de tijd dringt. Internationale ontwikkelingen volgen elkaar in hoog tempo op. Zonder versnelling dreigt de Nederlandse maakindustrie terrein te verliezen. Volgens Janwillem Verschuuren, directeur-eigenaar va De Cromvoirtse doen bedrijven er goed aan hun verwachtingen aanvankelijk niet te hoog te leggen als het om robotisering gaat. Vaak verwachten mensen 150%. Stel ze bij naar 80%. Implementeer je robot en voer in de loop van de tijd verbeteringen door. Zo werk je geleidelijk toe naar 100%.”
Aansluiting op rapport TNO
Deze conclusies sluiten aan op een recent rapport van TNO waarin wordt geconcludeerd dat robotisering en automatisering noodzakelijk zijn om de 50% productiviteitsverbetering te realiseren die nodig is. Zonder verliest de Nederlandse maakindustrie de concurrentie met het buitenland.
In Midden-Brabant hebben de afgelopen twee jaar al meer dan 60 bedrijven het Lerende Netwerken voor Open Innovatie de eerste stappen naar productieautomatisering gezet. Dit initiatief is onderdeel van het programma Slimmer Werken van Midpoint Brabant en heeft tot doel om tot een structureel hogere arbeidsproductiviteit in het industrieel mkb-bedrijf te komen.
GKN Aerospace stapt samen met het US Airforce Reserach Laboratory (AFRL) in een project voor de industrialisatie van Laser Metal Deposition met draad. Als toepassing gelden structuurdelen voor de volgende generatie vliegtuigen. Het TITAN-AM programma heeft een budget van $8,4 miljoen.
Titanium Industrialization and Technology Advancement for Near-net Additive Manufacturing: daar staat de projectnaam TITAN-AM voor. Deze samenwerking onderstreept het streven van GKN Aerospace om additive manufacturing-technologieën verder te ontwikkelen om hiermee lichtere, sterkere en duurzamere constructieoplossingen te bieden voor defensie- en commerciële luchtvaartplatforms. LMD-w moet materiaalverspilling terugdringen, productietermijnen verkorten en de ontwerpvrijheid voor complexe vliegtuigconstructies vergroten.
Programma samen met Amerikaans defensie onderzoeksinstituut
Een van de LMD-w productiecellen van GKN Aerospace. (Foto GKN Aerospace)
Oplossingen aan productiekant
Met het TITAN-AM programma, dat uitgevoerd wordt metAFRL in het Global Technology Center van GKN Aerospace in Fort Worth (Texas), willen de twee partijen vijf zaken aanpakken. Allereerst de industrialisatie van LMD-technologie met draad voor de productie van grote titanium structuurdelen voor de luchtvaart. Om de robuustheid en de betrouwbaarheid van deze structuren te garanderen, wil men een aantal datsets voor titanium ontwikkelen. Deze beide punten hebben betrekking op het AM-productieproces.
Software
De andere drie punten gaan veel meer over de voorbereidende stappen (design en simulatie) en de kwaliteitscontrole. Zo moet er geavanceerde simulatie software komen om ontwerpen van de structuurdelen te optimaliseren en de uitkomst van het LMD-w proces beter te kunnen voorspellen. Ook moeten er non-destructieve technieken ontwikkeld worden om de kwaliteit van de geproduceerde componenten te kunnen aantonen. Tot slot wil men deze ontwikkelde technologie toepassen op een aantal geselecteerde titanium structuurdelen.
Met de snelle toename van de meerassige CNC-draai- en freesmachiners neemt ook de complexiteit van het programmeren toe. Esprit Edge zorgt er in de nieuwe release voor dat het eenvoudiger wordt om betrouwbare CNC-programma’s te genereren voor meerassige machines. Ook AI gaat een grotere rol spelen.
“De capaciteit van machines is snel gegroeid, en de complexiteit van het programmeren is net zo hard meegegroeid,” aldus Olivier Thenoz, Senior Product Manager bij de Production Software-divisie van Hexagon. “Bij hoogwaardige verspaning is het risico niet alleen inefficiëntie, maar ook de vraag of een programma wel exact loopt zoals bedoeld. Deze updates richten zich op het verminderen van de inspanning die nodig is om betrouwbare CNC-programma’s voor te bereiden, met name in complexe meerassige en meerkanaals omgevingen.”
Nieuwe release CAM-software zorgt voor sneller en gemakkelijker programmeren
Hexagon Esprit Edge speelt met de nieuwe release in op de alsmaar complexere bewerkingen op meerassige CMC-machines en versnelt het programmeren daarvan. (Foto’s Hexagon MI).
Introductie ProPlanAI
De nieuwe release van Esprit Edge, inmiddels ook in het Nederlands beschikbaar, bevat een groot aantal nieuwe functies. Zo wordt onder andere ProPlanAI geïntroduceerd. Deze nieuwe, AI-ondersteunde manier van programmeren is bedoeld voor draaien, draai-freescombinaties en langdraaien. Esprit Edge houdt nu rekening met factoren zoals materiaalafname en voorgaande bewerkingsstrategieën. De software ondersteunt een nauwkeuriger procesdefinitie met minder handmatige invoer. Dit verkort de programmeertijd, vermindert de afhankelijkheid van testen en zorgt ervoor dat beproefde bewerkingsstrategieën consistent worden toegepast binnen teams. Ondersteuning voor meerdere configuraties van de geleidebus bij langdraaien, is nu direct in de machinemodellen geïntegreerd. Programmeurs kunnen hierdoor eenvoudig schakelen tussen verschillende opspanningen, zonder de machine-instellingen opnieuw te hoeven configureren.
Verbeterde botsingsdetectie
Bij 3-assig draaien is de botsingdetectie verbeterd. Houder ‘awareness’ garandeert dat rekening wordt gehouden met niet snijdende elementen als men de gereedschapsoriëntatie wijzigt, ongeacht of dit via de B- of Y-as gebeurt. Deze functie is ontwikkeld samen met gereedschapspartners. De proceszekerheid bij complexe draaistrategieën verbetert hierdoor.
U-axis Turning: pilot met draaien op een freesmachine
Uitbreiding naar grotere en veeleisende toepassingen
Gebruikers van de nieuwe release krijgen verder een preview van de nieuwe U-axis Turning. Daarmee kan men draaien op een freesmachine. Een programmeerbare lineaire as regelt de diameterwaarden, wat de mogelijkheden voor grotere componenten en geavanceerde scenario’s uitbreidt. Pilot-gebruikers worden momenteel bij deze ontwikkeling betrokken.
Cloud-connector
Een vernieuwde cloud-connector verbetert de toegang tot documentatie, community-bronnen en software-extensies, met een heldere navigatie tussen accountbeheer en de applicatieomgeving. Dit maakt een verbeterde workflow mogelijk binnen programmeerteams. Updates aan de ‘knowledge-based machining’ (KBM) bieden meer controle over de voedingsinstellingen in boorcycli, wat de compatibiliteit tussen verschillende gereedschapsconfiguraties verbetert.
Een groep tweedejaars studenten Technische Bedrijfskunde van Fontys Hogeschool gaat maakbedrijven in toeleverketens van ASML helpen hun processen te optimaliseren voor contaminatie-eisen. Tijdens het Clean Event 2026 wordt deze samenwerking, die ondersteund wordt door Mikrocentrum, gepresenteerd. Het initiatief is bedoeld voor de N-Tier toeleveranciers in de Brainportregio.
Fontys Hogeschool is bezig het curriculum van de opleiding Technische Bedrijfskunde te vernieuwen. Dit jaar zijn de eerste studenten gestart met het nieuwe concept voor talentgericht onderwijs. Een van de kernpunten hierin is dat studenten tijdens hun studie meer in het bedrijfsleven bezig zijn met leeropdrachten.
“We maken de koppeling met het bedrijfsleven sterker. In het oude onderwijs kregen studenten behalve voor een bedrijfsopdracht ook studiepunten op basis van vakken die we afsloten met toetsen. Nu gaan studenten meer met hun kennis van de praktijk bewijzen wat ze moeten leren. We hopen zo de kloof met het bedrijfsleven te verkleinen”, zegt Marie-José van Lent, docente operational excellence bij de opleiding Technische Bedrijfskunde. Het bedrijfsleven wordt meer geïntegreerd in de opleiding, zoals de samenwerking met ASML. “We zien dit ook als een kans om méér studenten enthousiast te maken voor de semicon toeleverketen.” Mikrocentrum ondersteunt deze samenwerking door het initiatief ruim aandacht te geven in het netwerk van toeleveranciers.
Studenten gaan veertien weken lang bedrijven helpen om hun processen te optimaliseren
Herontwerpen van bedrijfsprocessen
Contaminatie is een van de vraagstukken die de opleiding nu nadrukkelijker aan de orde stelt. Het doel is studenten in de cursus Herontwerpen van bedrijfsprocessen al vroeg te confronteren met ketensamenwerking, reinheidseisen, procesbeheersing, stakeholdermanagement en de impact van ‘cost of goods’ binnen N-tier. Marie-José van Lent ziet hierin een win-win situatie. “We helpen bedrijven hun processen te optimaliseren en tegelijkertijd doen de studenten leerervaringen op.” Voor de opleiding is het thema contaminatie nieuw. Daarom gaat ASML de opleiding op dit vlak ondersteunen. Gedacht wordt aan gastcolleges maar ook een extra training voor de studenten én docenten ASML. Omdat de kwaliteitseisen van ASML zeer hoog liggen, staat een team van de chipmachinefabrikant klaar om de studenten te ondersteunen. “Een soort achterwacht waarmee de studenten kunnen sparren over wat wel of niet mag”, legt de docente uit.
Van onderzoek tot businesscase
Heel concreet gaan de studenten Technische Bedrijfskunde in februari volgend jaar twee dagen in de week aan de slag bij een van de maakbedrijven uit de toeleverketens van de hightech OEM. Ze halen bij alle relevante stakeholders de wensen en eisen aan het proces om aan de cleanliness eisen te voldoen, op en maken dan een herontwerp van het bedrijfsproces. Dat toetsen ze met de stakeholders. Na veertien weken komen ze met een uitgewerkte businesscase van het gekozen herontwerp. Marie-José van Lent vindt dit een typische opdracht voor een Technisch Bedrijfskundige. “Een engineer weet veel meer over de impact van deeltjesverontreiniging op het functioneren van het product; de Technisch Bedrijfskundige is de processpecialist die nadenkt over hoe de material flow in de supply chain te optimaliseren zodat je aan de kwaliteitseisen voldoet maar het product ook zo snel en goedkoop mogelijk kunt produceren.”
Fontys zoekt zes tot twaalf industriële maakbedrijven uit de Brainportregio
Voor welke bedrijven?
Fontys zoekt voor deze groep studenten zo’n zes tot twaalf bedrijven, bij voorkeur verspaners, oppervlaktebehandelaars, assemblagebedrijven en andere N-Tier suppliers uit de semiconindustrie. Afhankelijk van de opdracht en de omvang van het bedrijf, gaan studenten in groepjes van twee tot vier studenten aan de slag. Bij grotere opdrachten kan deze opgesplitst worden in kleinere deelprojecten. Van de bedrijven wordt niet alleen een concrete opdracht op het gebied van contaminatie verwacht, maar ook dat ze de studenten begeleiden. “Dit is een andere rol dan bedrijven gewend zijn met de stages”, zegt Marie-José van Lent. “We verwachten coaching on the job ; feed back en ook feed forward geven. Uiteraard begeleidt Fontys het werkveld in deze gewijzigde rol. Verder moeten de studenten met alle relevante stakeholders kunnen praten.”
Het gaat specifiek om industriële maakbedrijven uit de Brainportregio die in de toeleverketen van ASML opereren en waarbij het toeleverproces met reinheidseisen geoptimaliseerd kan worden. “Het kan bijvoorbeeld gaan om het aanpassen van de volgorde van processtappen, aanpassen van bewegingen in de cleanroom of de vraag of het bedrijf een eigen cleanroom nodig heef”, geeft de Fontys docente enkele voorbeelden. De studenten starten in februari 2027 met hun opdracht en leveren in juni 2027 hun portfolio met bewijsstukken op.
De presentatie van de samenwerking tussen Fontys Hogeschool en de supply chain van ASML vindt op 23 april plaats tijdens het Clean Event 2026.
Lerende community
De hogeschool speelt met het idee aan het eind van de 14 weken een afsluitend event te organiseren waarop de studenten hun resultaten presenteren. Marie-José van Lent: “Niet in detail, maar op hoofdlijnen, de oplossingsrichting. Zo zouden we een community kunnen bouwen waarin ideeën worden gedeeld en bedrijven leren op het vlak van contaminatie. Een lerend netwerk waarin de supply chain inspiratie opdoet.”
Tijdens het Clean Event op 23 april presenteert Pim Reefman, EUV Project Cluster Manager NXE Cost of Technology bij ASML, de samenwerking tussen Fontys, Mikrocentrum en ASML. Docenten van de opleiding Technische Bedrijfskunde zijn die dag aanwezig om vragen van bedrijven te beantwoorden. Inschrijven voor het Clean Event 2026 in NH Koningshof in Veldhoven kan via deze link.