Net geen 25.000 bezoekers (24.664 voor TechniShow en ESEF Maakindustrie samen) zijn er geregistreerd in het tijdelijk epicentrum van de Nederlandse maakindustrie, de Jaarbeurs Utrecht. Een beurs in transitie klinkt het bij FPT. De bezoeker zag (nog steeds) een stevige machinebeurs. Blijft dat karakter behouden? Of gaat de digitalisering het beurskarakter veranderen? En: hoe hou je in dit veranderend landschap de kosten in balans met de effectiviteit?
De stemming op de beursvloer was positief. Bezoekers viel weliswaar de compactheid op en het ontbreken van enkele grote (en kleinere) partijen maar er was voldoende te zien. Veel exposanten toonden zich tevreden over het bezoekersaantal en vooral de stemming. Ze hebben vertrouwen dat de markt later dit jaar gaat aantrekken. Twee argumenten kwamen in veel gesprekken terug: de positieve signalen vanuit ASML, het vliegwiel van de Nederlandse toeleveringsindustrie, en de groeiende investeringen in defensie als gevolg van de geopolitieke veranderingen. De verwachtingen rond defensie zijn hoog, afgaande op zowel de interesse voor de presentatie door TNO op Mainstage en de keynote lezing door oud-commandant Mart de Kruif.
Voorzichtig optimisme bij exposanten TechniShow

De combinatie van ASML en defensie wekt hoop. Maar hoop is nog geen order. Hier en daar klonk ook voorzichtigheid. Vooralsnog zijn er weinig maakbedrijven buiten de echte defensiespecialisten die orders melden. Het zijn de leveranciers van de machines voor grootverspaning die op korte termijn het meeste kunnen profiteren. En een kritisch geluid dat je ook op de beurzen hoorde: profiteer van de defensieconjunctuur, maar bouw er geen structurele business op. Defensiebudgetten zijn politiek, en politiek is grillig.
De Fabriek van de Toekomst: het hoogtepunt
Onbetwiste publiekstrekker was de FPT Fabriek van de Toekomst, die ruim 6.500 bezoekers trok. De beleving stond hier voorop. FPT vindt het experience gehalte van de beurs belangrijk. Tweeëntwintig bedrijven demonstreerden er live hoe state-of-the-art (verspanende) maaktechnologie in een geconnecteerde fabriek en digitaal gekoppelde supply chain in de praktijk werken: digitale orderverwerking en werkvoorbereiding tot geautomatiseerd gereedschappen instellen en meten tot en met CNC-frezen, frees-draaibewerkingen, multi turret draaien, meten, laserlassen en markeren. Ires Veerman, branchemanager bij FPT, vat het kernachtig samen: de technologie bestaat, de uitdaging zit in de integratie. En precies dat zag je hier. Wie naar de technologie achter de machines op het plein keek, zag de transitie die de sector gaat maken: digitalisering en automatisering als smeerolie om de efficiency van de machines te verbeteren en de afhankelijkheid van de man aan de machine te reduceren.
Meer details over de Fabriek van de Toekomst: Solutions Magazine voorjaar 2026.
Het manifest: ambities te over
Deze stappen zijn dringend nodig om niet de concurrentie met andere regio’s in de wereld te verliezen. FPT-voorzitter Eddo Cammeraat schetste bij de opening van de beurzen een sector die goed is voor zo’n twintig procent van het Nederlandse verdienvermogen, maar internationaal terrein verliest. TNO-directeur Smart Industry Mark Courage stelde dat een bedrijf als ASML alleen kan bestaan als de keten hierom heen concurrerend produceert. Dat vereist automatisering en robotisering. En daar gaat het mis. Nederland telt slechts circa 250 robots per 10.000 medewerkers, een getal dat ver achterblijft bij landen als China en Zuid-Korea.
Het tweede punt dat aandacht verdient: elke nieuwe koppeling tussen machines en tussen machines en robots vereist nog steeds dure maatwerkkoppelingen. Dat remt innovatie en verhoogt drempels voor het mkb. Tien organisaties uit de maakindustrie ondertekenden daarom een manifest voor een gezamenlijk digitaal fundament, een stap richting open standaarden en gestandaardiseerde data-uitwisseling.
Lees er meer over: Manifest digitaal fundament Nederlandse maakindustrie.
Dankzij digitalisering hoeven de medewerkers bij Seco Tools in Lottum jaarlijks 75% minder beslissingen te nemen

De vraag is echter of ondanks alle goede bedoelingen Nederland op dit vlak in staat is internationaal de toon te zetten. Internationaal lukt het al jaren niet om met de open standaard OPC-UA (umati) volledige interoperabiliteit in de werktuigmachineindustrie te realiseren. Opnieuw: technisch kan veel, maar zijn fabrikanten bereid over hun eigen schaduw heen te stappen? Is de Nederlandse maakindustrie groot genoeg om dit onderwerp eigenhandig op de agenda te zetten en te houden?
Digitalisering vraagt leiderschap
Digitalisering werd breed aangekondigd als hét thema van de komende jaren. Op de beurs presenteerden exposanten online platforms voor onderdelenbestelling, AI-modellen voor geautomatiseerde offertes en AI-toepassingen voor productieoptimalisatie. Digitalisering voor verduurzamen; data als input voor het Digitaal Product Paspoort en andere door de EU opgelegde regels. De komende jaren gaat de innovatie zich vooral afspelen op het vlak van data en digitalisering.
De kennishonger van de beursbezoekers op dit vlak is groot. Dat zag je tijdens de presentatie door Edwin Coppes (Seco Tools) en Mark Derks (Nextpact) over hoe de gereedschappenfabrikant in Lottum de productie van 1,2 miljoen gereedschappen per jaar gedigitaliseerd heeft. Eén van de resultaten die Coppes deelde, geeft exact aan waarom de maakindustrie de processen digitaal moet gaan verbinden: de medewerkers bij Seco Tools moesten voorheen elk jaar 1,6 miljoen beslissingen nemen om het productieproces draaiend te houden. Tegenwoordig is dat 75% minder. Edwin Coppes: “Dit betekent dat we een betere voorspelbaarheid krijgen met respect voor kwaliteit, duurzaamheid en leverbetrouwbaarheid.” Om dit te bereiken heeft Seco Tools niet alleen geïnvesteerd in technologie. “Dit vraagt leiderschap. Daarom zijn we een leiderschapsprogramma gestart.”
Een spindel kun je demonstreren, maar hoe toon je een algoritme en leiderschap?
Precies hier schuilt het fundamentele dilemma van TechniShow en de exposanten; eigenlijk van alle traditionele beurzen voor de metaalbewerking. De aantrekkingskracht van de beurs zijn en blijven de machines: draaiende spindels, robotarmen in beweging. Dat trekt bezoekers, dat genereert standhuur, dat is het verdienmodel. Maar de échte innovatie in de maakindustrie speelt zich steeds meer af in de datastroom die achter die processen zit; in AI-gestuurde procesoptimalisatie, digitale tweelingen, voorspellend onderhoud en autonome planningssoftware. En, zoals de case van Sec Tools aangeeft: leiderschap om je medewerkers mee te krijgen. Deze innovatie laat zich moeilijk demonstreren met een machine op de beursvloer. Je kunt een freeswerkstuk tonen, maar hoe toon je een algoritme?
In de Fabriek van de Toekomst keken duizenden bezoekers verlekkerd naar de productietechnologie die hier draaide. Maar zagen ze de echte verandering die je als maakbedrijf moet doormaken als je je productie digitaliseert? Hoe demonstreer je leiderschap op een machinebeurs? Hoe laat je zien hoe bedrijfsprocessen veranderen als je gaat digitaliseren? Dat – het belang van leiderschap – ontdek je niet als je naar hardware kijkt. Net zomin dat je het belang ziet van de juiste mindset die voor deze transitie nodig is. Daar willen bezoekers best een uur voor op een stoel zitten.
Hoe hou je de balans tussen kosten en effectiviteit van een industriebeurs?

Dat roept een nog meer essentiële vragen op: hoe gaat deze ontwikkeling het karakter van een machinebeurs veranderen? Hoe vind je de balans tussen kennis delen zoals Seco Tools deed en naar machines op de beurs kijken? En hoe integreer je de nieuwe spelers, die hun focus leggen op digitalisering, in een beurs waar het accent van oudsher op de hardware heeft gelegen? Nieuwkomers in de maakindustrie die marketingtechnisch anders redeneren en een beursstand vullen met roll-up banners en beeldschermen? Hoe verleid je de bezoeker om op de beurs de reis te beginnen die digitalisering betekent? En: hoe zorg je dat de bezoeker na de beurs precies de informatie krijgt over digitalisering waarnaar hij op zoek is? Of stuur je dan toch maar een e-mail met daarin aandacht voor je hardcore producten?
De vraag die vooral relevant is: hoe hou je de hoge kosten (niet alleen standkosten, ook machinetransport, manuren in de opbouw et cetera) die een machinebeurs met zich meebrengt in balans tot de effectiviteit van de beurs waar de focus op het proces ligt? Zeker als je weet dat geïnvesteerd moet worden in smart industry oplossingen om meer rendement uit de spindels te halen! De machinemarkt als geheel zal niet snel groeien in Nederland. En afgezet tegen de omvang van de sector. 25.000 bezoekers is ronduit prima als je naar de cijfers over de sector in de recente rapporten van FPT en Nevat kijkt. Met de schaalvergroting die onverminderd doorgaat, zal het bezoekersaantal eerder gaan dalen dan toenemen.
Conclusie: goed bezocht, maar de echte test komt in 2028
TechniShow 2026 was een goed bezochte beurs met een positieve sfeer en enkele sterke inhoudelijke accenten, de Fabriek van de Toekomst bovenaan. Over twee jaar vindt de volgende editie plaats. Dan zal blijken of de orders die nu worden verwacht ook zijn binnengekomen, of de manifest-afspraken hebben geleid tot concrete stappen en of de nieuwkomers op het digitale vlak hun beursaanpak hebben bijgeschaafd. Of omgekeerd: dat het beursconcept mee evolueert met de nieuwe realiteit in de maakindustrie.
Tot die tijd blijft TechniShow wat het altijd ook is geweest: een thermometer voor de Nederlandse maakindustrie. En die thermometer wees in maart 2026 op ‘licht herstellend’.




