back to top
Home Blog Pagina 178

AM en precisietechnologie: gaat dat samen?

0

Gaan precisietechnologie en additive manufacturing samen? Absoluut, vindt Jeroen Jonkers, AM engineer bij NTS Systems Development. “Bij mechatronica componenten leveren lichtere en stijvere constructies hogere snelheden en of lagere energiegebruik op in een machine.” Jeroen Jonkers is een van de AM experts die deze week op de Precisiebeurs het belang van AM voor deze sector toelichten.

 

17e Precisiebeurs richt schijnwerpers op additive manufacturing

Op de 17e Precisiebeurs krijgt additive manufacturing dan eindelijk een podium dat de technologie verdient. Jeroen Jonkers bijt op de eerste dag van de Precisiebeurs, woensdag 15 november, de spits af. Hij laat niet alleen de succesfactoren zien voor een goede toepassing van AM in precisiesystemen, hij presenteert daarnaast een casestudy van een uitlijnmechanisme met vier vrijheidsgraden. Door 3D metaalprinten hierin toe te passen, ontstaan er heel nieuwe mogelijkheden voor de hightech industrie, aldus de AM engineer van NTS.

 

Totale procesbeheersing succesfactor

NTS-Group heeft verleden jaar Norma overgenomen. Tot dan toe waren de twee bedrijven elk op hun eigen manier bezig de mogelijkheden van 3D metaalprinten te verkennen. NTS heeft dat gedaan binnen AddLab en het huidige AddFab; Norma voert onderzoek uit naar 3D metaalprinten, samen met andere bedrijven in het kader van research projecten van het Innovatiecluster Drachten. “Na de overname bleek dat onze expertise en ervaringen elkaar perfect aanvulden”, zegt Jeroen Jonkers. Hij is op AM vlak vooral bezig geweest met het design voor additive manufacturing en hoe je hier problemen tijdens het printproces kunt voorkomen. NTS Norma heeft vooral geïnvesteerd in het opbouwen van expertise ten aanzien van de scanstrategieën en het effect daarvan op bijvoorbeeld de dichtheid van het materiaal. Ook aan post processing is veel aandacht besteed. Totale procesbeheersing is de belangrijkste succesfactor.

 

Een 3D geprint werkstuk van NTS, hoogglans gepolijst. 

 

Vraag naar AM in precisie-industrie komt

NTS-Group beschikt over de expertise van het complete proces: van dfAM tot en met post processing, zowel voor hightech mechatronica componenten alsook matrijzen en andere componenten. “We hebben proof of concepts waarmee we het potentieel van de techniek aantonen”, aldus Jeroen Jonkers. Daarmee is NTS als de hightech system supplier goed voorbereid als de vraag naar additive manufacturing komt. Dat die komt, daar is hij van overtuigd. “We merken echter wel dat de industrie nog bekend moet raken met de mogelijkheden die additive manufacturing biedt om zowel kosten te reduceren alsook de performance van machines te verhogen.”

  • Lees een uitgebreid artikel over hoe NTS-Group expertise met additive manufacturing heeft opgebouwd

 

AM paradigma voor engineers

Donderdag 16 november besteedt de Precisiebeurs in het lezingenprogramma zelfs een halve dag aan het thema additive manufacturing. Rein van der Mast, een van de Nederlandse AM experts, houdt een presentatie over wat hij het AM paradigma noemt. “Dat AM zich minder snel ontwikkelt dan gehoopt, ligt ook aan de ontwerper of constructeur. Voor de wat oudere ontwerper, bekend met verspanen, dieptrekken en spuitgieten, is AM onbekend terrein. Wat onbekend is, gaat gepaard met onzekerheid. Bij twijfel neigt hij terug te grijpen naar traditionele, vertrouwde oplossingen. Maar voor wie maximaal wil profiteren van AM geldt dat hij het hem bekende moet loslaten, meer nog dan dat hij zich het nieuwe aanleer”, zegt Rein van der Mast. Hij werkt tegenwoordig in deeltijd bij het Objexlab van Fontys Hogeschool. In januari stelt de Eindhovense hogeschool een online leeromgeving open vol informatie rondom AM.

 

AM congres op Precisiebeurs

Andere sprekers in het AM blok op de Precisiebeurs zijn professor Fred van Keulen van de TU Delft over design voor AM, Gregor Baars van TNO Optomechatronics en Ton Peijnenburg, manager systems engineer bij VDL ET. Hier vind je het volledige programma. En lees hier over de Nederlandse startup Blackbelt 3D die op de Precisiebeurs een heel nieuwe concept voor FDM printen presenteert.

FOTO: Een 3D geprint precisie onderdeel van VDL ETG, geprint door 3D Systems.

 

 

MicronParts: met Omax technologie ultraprecies waterstraalsnijden

0

MicronParts heeft als een van de eersten in Europa het MicroMax Jetmachining Center van de Amerikaanse fabrikant Omax in gebruik genomen voor ultraprecies waterstraalsnijden. Het Jetmachining Center is een CNC machine, die ultraprecies snijdt met water en abrasief. Het jonge bedrijf richt zich hiermee op de precisie-industrie in de Benelux.

 

MicronParts betreedt met Omax technologie nieuwe markt

Microwaterstraalsnijden heeft maar twee dingen gemeen met traditionele waterstraalsnijtechnologie: er wordt gesneden met water in combinatie met abrasief én onder hoge druk (4100 bar). Voor de rest is het een ‘schoon’ snijproces, met een lineaire nauwkeurigheid van ± 2,5 µm én is het snel. Daarmee is de technologie een alternatief voor andere fijnmechanische bewerkingen, zeggen Paul van Ass en Martin van Wijngaarden, de twee oprichters van MicronParts.

 


Bekijk hier de video van het proces bij MicronParts.

 

Geen warmte-inbreng

Engineers grijpen vaak nog terug naar bekende fijnmechanische technieken zoals vonkeroderen en precisiefrezen. Microwaterstraalsnijden is echter sneller dan draadvonken. “De lineaire nauwkeurigheid van onze machine is ± 2,5 µm en de gemiddelde snijtolerantie is ± 13 µm”, zegt Martin van Wijngaarden. Een ander voordeel is dat absoluut geen warmte in het materiaal komt. En ten opzichte van precisiefrezen is er geen braamvorming. Het snijoppervlak is glad, Ra waarde schommelt rond de 2 µm. Martin van Wijngaarden: “We hoeven amper na te bewerken. En voor een nog gladder oppervlak volstaat het de producten naderhand te trommelen (glijslijpen).” Een derde voordeel is de snelheid. Vergeleken met andere technieken, is het tot 5 keer sneller. Bewerkingscycli duren eerder één of twee minuten dan veel langer, afhankelijk van de materiaaldikte en de contouren die gesneden moeten worden. Dat vertaalt zich eveneens in de kostprijs, die gunstig wordt beïnvloed doordat er vrijwel geen gereedschapskosten zijn. Alleen water en zand, het abrasief. Per product zijn dat kosten van enkele centen. Vergeleken met vonkeroderen liggen de kosten minimaal een factor 3 lager.

 

Omax MicroJet

MicronParts heeft als een van de eerste in Europa het MicroMax Jetmachining Center van Omax in gebruik genomen voor ultraprecies microwaterstraalsnijden.

 

Precisie-industrie

MicronParts is aangesloten bij het Hightech Platform van het Mikrocentrum. Martin en Paul zien voor deze technologie toepassingen in de fijnmechanische hightech industrie. Of moeilijk te bewerken materialen, zoals gehard staal en keramiek. En dan vooral kleine en middelgrote series. Paul van Ass: “Kleine series vanaf 100 stuks bijvoorbeeld. Dan is de kostenbesparing die bereikt kan worden optimaal.” In de eerste maanden dat de onderneming bestaat is men al met enkele klanten een ontwikkel- als een leveringstraject gestart. Zo is bijvoorbeeld voor toepassing in een nieuw ontwikkelde spectrometer een onderdeel gesneden dat tot nog toe alleen met vonkeroderen gemaakt kan worden. “Kwaliteit, tolerantie en prijs van onze techniek zijn goed”, zegt Paul van Ass. Hij en Martin zien de technologie als aanvullend op fijnmechanische CNC technieken. “We zoeken daarom strategische samenwerking met bedrijven, ook CNC machinefabrieken. Niet als concurrent, we willen met onze technologie juist in het verlengde van ze werken.”

In het digimagazine van december verschijnt een uitgebreider artikel over MicronParts en het microwaterstraalsnijden

 

BMO toont bij jubileum fabriek van de toekomst

0

BMO viert het 12,5 jarig bestaan met een open dag waarop getoond wordt hoe de toeleveringsfabriek van de toekomst er uit kan zien. Bij BMO Automation worden de nieuwste automatiseringsoplossingen getoond. Bij zusterbedrijf BMO Precision Parts is te zien hoe een vergaand geautomatiseerd proces, met zowel frees- als draaimachines, in de praktijk loopt. Inclusief de nieuwe smart industry oplossingen die BMO komend jaar op de Technishow lanceert. 

 

In 12,5 jaar van gebruikte CNC freesmachine naar 100e robotcel

Op de EMO toonde BMO Automation onlangs nog de eerste robotcel voor een Hurco machine. Een mijlpaal omdat de Amerikaanse machines niet zo eenvoudig te automatiseren zijn. Het illustreert de ontwikkeling die het bedrijf heeft doorgemaakt. Deze maand is het precies 12,5 jaar geleden dat Frank Biemans de freesmachine uit zijn studentenbaan overnam en in een schuur achter de woning van zijn ouders aan de slag ging met frezen en draaien van metaalproducten. Nog steeds als student. Dit jaar levert BMO de 100e robotcel in Nederland.

 

Beide bedrijven groeien fors

BMO Automation is eigenlijk pas naderhand ontstaan. Omdat Frank zijn machines ’s avonds en ’s nachts wilde laten draaien is hij zelf aan de slag gegaan de eerste robot te programmeren. Op dat project is hij afgestudeerd. BMO Automation is het gevolg. Ondertussen bestaan de twee bedrijven naast elkaar: BMO Precision Parts als toeleverbedrijf en real life proeftuin voor de innovaties van zusterbedrijf BMO Automation. Tegenwoordig zitten ze in twee bedrijfspanden naast elkaar, die echter eigenlijk alweer te klein zijn gelet op de groei. Die zal komende jaren verder toenemen als het aan Frank Biemans ligt. De deelname aan de EMO is de eerste stap naar het buitenland geweest. “Onze focus blijft op de thuismarkt liggen, Maar we hebben plannen door te groeien in het buitenland.”

 

Frank Biemans

Frank Biemans: van een gebruikte CNC freesmachine naar zowel toelevering als automatisering. 

 

Smart solutions voor inzicht in productiviteit

Ondertussen is er nog een nieuwe activiteit toegevoegd aan de automatisering en toelevering. BMO Smart Solutions met het nieuwe product Xenon beleeft de première op de komende Technishow, maar bezoekers aan het open huis kunnen al een en ander zien van de nieuwe software. Frank Biemans heeft dit derde bedrijf met Johan Damen als partner opgezet. Met Xenon maakt BMO de koppeling naar Industrie 4.0 en het Internet of Things tijdperk. “We zien dat bedrijven meer behoefte krijgen aan inzicht in de productie”, aldus Frank Biemans. De nieuwe softwaretak van BMO ontwikkelt software om meer productiviteit te leveren in de verspanende industrie.

 

Op de EMO demonstreerde BMO deze robotcel in combinatie met een Hurco machine, de eerste keer dat deze combinatie gerealiseerd is in de praktijk. 

 

Brug tussen productie en ERP

Xenon doet dit door realtime productie informatie te leveren. Dit slaat de brug tussen productie en ERP systeem en maakt transparant wat gepland was en wat er in het echt gebeurt. Frank Biemans: “De prijzen in de verspanende industrie staan al lang onder druk. Doorlooptijden worden korter en er wordt meer kwaliteit verwacht. Het gaat om de laatste procenten productiviteit. Nacalculaties zijn arbeidsintensief, er moet sneller geschakeld worden op wijzigingen in de planning. Daarbij moet de uptime van het machinepark je niet in de steek laten. Xenon biedt deze omgeving voor managers, productieleiders en verkoopafdeling.” Het systeem werkt daarbij ongeacht welke machinebesturing. Doordat het systeem data uit de machine leest en terugkoppelt naar het ERP systeem, ontstaat een schat aan data om de productie te analyseren en verbeterpunten te zoeken. Frank Biemans wil zich met Xenon onderscheiden door de software als een dienstverlening aan te bieden. Er is geen extra hardware nodig.

De open dag van BMO Precision Parts en BMO Automation vindt zaterdag 18 november plaats van 10.00 tot 17.00 uur in Nederweert.

Lees in Made-in-Europe Solutions Magazine het interview met Frank Biemans over smart industry en welke rol BMO daarin gaat spelen.

 

Cellro Fixture Exchange: nog méér inspelen op kleinere series

0

De verspanende industrie vraagt steeds meer plug and play automatiseringsoplossingen. Daarnaast worden de series nog kleiner. Daarom ontwikkelt Cellro een oplossing om per rasterlade meerdere klemmen te wisselen. Het wordt een variant op de nieuwe Cellro Fixture Exchange module.

 

Nog vaker klemmen wisselen met Fixture Exchange

Cellro heeft de Fixture Exchange afgelopen EMO gelanceerd. Het is een module voor het compacte Xcelerate robotlaadsysteem. Behalve dat de robot de werkstukken wisselt, kan per rasterlade ook een pallet met daarop andere bekkens worden gewisseld. Hiermee kan men in de onbemande uren meer variaties in producten maken, doordat ze niet allemaal in dezelfde klem hoeven te passen. Fixture Exchange voegt drie pallets met daarop verschillende bekken aan het robotsysteem toe.

 

Concrete investeringsprojecten

“Het systeem is op de EMO heel goed ontvangen”, zei Elise de Koning van Cellro vorige week op Metavak. Cellro nam voor de eerste keer deel aan de beurs in Gorinchem en demonstreerde er onder andere de Xcelerate met Fixture Exchange. “We hebben heel veel bezoekers uit Nederland op de EMO gehad. Meer dan twee jaar geleden. En het viel op dat ze concrete investeringsprojecten hebben.” Qua automatisering ziet Cellro duidelijk de trend weggaan van ingewikkelde automatiseringsprojecten richting bijna plug and play. Letterlijk lukt dat nog niet, maar de installatietijd wordt wel steeds korter.

Cellro Fixture Exchange

De Fixture Exchange module van Cellro wordt in de toekomst verder uitgebreid als antwoord op nog kleinere series. 

 

Nog kleinere series

De andere trend die het automatiseringsbedrijf ziet, is dat series nog steeds kleiner worden. Daarom werken de engineers in Veenendaal al aan een uitbreiding van de Fixture Exchange. In de huidige variant is deze afgestemd op de drie rasterladen van de Xcelerate, waar het materiaal in ligt en de robot de producten na de bewerking terug zet. Elise de Koning: “We ontwikkelen een systeem dat je binnen één lade meerdere klemmen kunt wisselen.” Een ander idee dat Cellro op de EMO heeft getoetst aan de reacties uit de markt, is een soortgelijk systeem als de Fixture Exchange voor draaimachines. “We hebben de behoefte aan een wisselsysteem gepeild en die blijkt te bestaan.” Door de modulaire opbouw van de Xcelerate, kunnen nieuwe modules later toegevoegd worden.

Cellro neemt deze week deel aan de huisshow bij Dormac CNC Solutions. In 2018 staat Cellro eerst op Metav 2018 in Düsseldorf en een maand later op de Technishow in Utrecht.

 

Stodt opent nieuw opleidingscentrum maakindustrie in Best

0

Stodt Toekomsttechniek opent op 17 november officieel het nieuwe opleidingscentrum in Best. Als eerste opleiding is hier ondertussen de BBL 3 opleiding in de Sprint variant van Stodt gestart. Binnenkort begint ook een training Aukom meettechniek. En Stodt is als eerste opleider in Nederland gecertificeerd voor opleidingen voor de Heidenhain besturingen.

 

Opleidingsinstituut opent vestiging in hart Brainport regio

In het Oosten van het land is Stodt Toekomsttechniek techniek al jarenlang een vaste partner van de maakindustrie. Met de vestiging in Best slaat het opleidingsinstituut de vleugels uit naar Brainportregio en de rest van Zuid Nederland. Hiermee komt de eenjarige BBL3 opleiding CNC verspaning voor maakbedrijven in Zuid-Nederland binnen handbereik.

 

Alle opleidingsvragen maakindustrie

Het accent in Best ligt op CNC verspanen, maar Stodt heeft meer ambities. “Uiteindelijk willen alle opleidingsvragen vanuit de maakindustrie kunnen beantwoorden”, zegt Elise Wagelaar, opleidingsadviseur bij Stodt. In Hengelo biedt Stodt Toekomsttechniek meer dan 250 verschillende praktijkgerichte opleidingen aan. Jeroen Rouwhof, directeur van Stodt: “Naast CNC, ons specialisme, zullen we in Best op termijn ook scholing aanbieden op het gebied van bijvoorbeeld productieautomatisering, robots en mechatronica. Precies zoals we dat in Hengelo al doen”.

 

Verkorte BBL3 opleiding

De Sprint BBL opleiding die Stodt in Best op niveau 3 aanbiedt kenmerkt zich dat door de praktische manier van opleiden en intensieve begeleiding de duur verkort wordt tot 1 jaar. VDL Industrial Modules laat als eerste in Best verspaners opleiden. Frits Koopmans, bedrijfsleider verpaning: “Een van de overwegingen om te kiezen voor Stodt is dat wij grote behoefte hebben aan persoonsgericht onderwijs. Ik heb duidelijk behoefte aan dat onze BBL’ers worden uitgedaagd door zowel het onderwijs als door ons zelf.”

 

 

Gecertificeerd opleider Heidenhain

Heidenhain Nederland heeft Stodt Toekomsttechniek als eerste in Nederland de status van Officieel Opleidingspartner van Dr. Johannes Heidenhain toegekend. Bert Plomp, trainer / adviseur bij Stodt, gaat onder auspiciën van Heidenhain diverse trainingen verzorgen, onder andere in Best. “Het gaat in grote lijnen om programmeertrainingen en bedieningstrainingen. Dat speelt zich af op allerlei niveaus, van basisprogrammeren tot vijf-assige bewerkingen en werken met de 3D-taster.

 

Opening Best

De nieuwe opleidingsvestiging in Best wordt op 17 november officieel geopend. Dat gebeurt door Jeroen Flier, hoofd HR bij VDL Groep. Bezoekers kunnen dan de faciliteiten zien en met de opleiders spreken. Meer informatie vind je hier.

 

Augmented reality verhoogt kwaliteit en efficiency assemblage KMWE

1

Verdere kwaliteitsborging en een kortere leertijd. Dat ziet Andy Kuijpers, technical engineer van KMWE, als belangrijk voordeel van augmented reality in de assemblage. KMWE is een van de vijf bedrijven die hebben meegedaan aan het TNO clusterproject ‘operator support systemen in assemblage’.

 

TNO leidt clusterproject geprojecteerde werkinstructies met onder andere KMWE en Blok

De laatste jaren komen er nieuwe technologieën en systemen voor operator support beschikbaar. Denk aan elektronische werkinstructies, augmented reality, beamer projectie, etc.. TNO heeft samen met vijf bedrijven (Variass, Vekon, Confed Systems, KMWE en Blok Systems), een technologie cluster project uitgevoerd. Voor deze bedrijven zijn voor enkele voorbeeldproducten geprojecteerde werkinstructies opgezet, gebruikt door ervaren en onervaren medewerkers en het gebruik is geëvalueerd.

 

KMWE: goede aanvulling

De vijf bedrijven ervaren een toenemende productvariatie in kleinere series en toenemende kwaliteitseisen. Zowel ervaren als onervaren medewerkers zullen door de snel wisselende producten vaker en sneller moeten (om)schakelen en tegelijkertijd efficiënt en in één keer goed moeten assembleren. Cruciaal hierbij is een optimale ondersteuning van de medewerker tijdens assemblage. In 2018 neemt KMWE een nieuw pand in gebruik nemen op Brainport Industries Campus. Jochen Langendonk van KMWE benadrukte in de afsluitende projectbijeenkomst de toenemende variatie en kwaliteitseisen in zowel fabricage als assemblage. In assemblage beschikt KMWE al enkele jaren over het software pakket Proworks, een platform voor elektronische werkinstructies. KMWE heeft in dit TNO project ervaren dat geprojecteerde instructies een goede aanvulling kunnen zijn op Proworks bij bijvoorbeeld submodules.

 

De deelnemers aan de workshop bij KMWE konden zonder inleertijd direct de onderdelen foutloos assembleren dankzij de geprojecteerde werkinstructies. 

 

Virtuele knoppen op het werkblad

Andy Kuijpers, technical engineer van KMWE, ziet als voordelen van deze geprojecteerde werkinstructies: verdere kwaliteitsborging en het verkorten van de inleertijd. “Medewerkers zien direct welk onderdeel uit welk bakje moet worden gepakt. Je krijgt bovendien feedback als je een verkeerd onderdeel pakt.” De beamer projecteert de montage instructie stapsgewijs op of direct naast het product. Hierdoor zie je als medewerker waar en hoe het onderdeel gemonteerd moet worden en bijvoorbeeld met welke gereedschappen. Navigatie door de werkinstructies is intuïtief en gaat (semi)automatisch. Je kan ervoor kiezen om (kritische) handelingen handmatig te laten bevestigen met behulp van virtuele knoppen die ook op het werkblad worden geprojecteerd.

 

Blok: aanvullend op lean principes

Ook Arjen Hilbers, manager operations van Blok System Supply, benadrukte de toenemende productvariatie en noodzaak tot goede werkinstructies die up-to-date zijn. Blok verzorgt uiteenlopende assemblagewerkzaamheden van sub-samenstellingen tot compleet geteste modules, systemen of eindproducten voor diverse industrieën. Gewerkt wordt volgens lean principes en met zelfsturende teams. Het maken en onderhouden van werkinstructies ervaart het bedrijf als tijdrovend. Geprojecteerde werkinstructies ziet Arjen Hilbers als mogelijk volgende stap ter ondersteuning van lean, de reductie van fouten en het continu verbeteren. Door de evaluatie van een projectiesysteem op een voorbeeldproduct in dit project, heeft Blok ervaren dat er besparingen mogelijk zijn: zowel tijdwinst tijdens assemblage door het elimineren van zoektijd naar werkinstructies en onderdelen als ook tijdwinst door minder herstelwerk na de end-of-line test.

 

Brainport Industries

Eind september hebben de vijf bedrijven bij KMWE het project afgesloten. Vorige week was er een workshop voor leden van Brainport Industries. Hoe effectief zo’n projectie van werkinstructie kan zijn hebben de deelnemers aan de afsluitende bijeenkomst zelf ervaren. Zonder in te leren konden ze een product assembleren.

TNO ondersteunt bedrijven bij het realiseren van effectieve ondersteuning van operators tijdens assemblage-, logistieke- of onderhoudswerkzaamheden. Benieuwd naar wat augmented reality kan betekenen? Neem contact op met TNO, Tim Bosch (tim.bosch@tno.nl) of Gu van Rhijn (gu.vanrhijn@tno.nl)

 

 

 

Denkt de fijnmechanische industrie al na over 3D metaalprinten?

De markt is klaar voor 3D metaalprinten. Metaalbedrijven vragen ernaar, zo zei Joost Verschure, directeur van Dormac CNC Solutions, onlangs. Dormac haalt komende week de laser metal deposition technologie van Insstek naar Nederland, één van de AM technieken. Beginnen de fijnmechanische bedrijven zich echt voor te bereiden op de toepassing van de nieuwe maaktechnologie?

 

Precisiebedrijven zien kansen, maar niet op korte termijn

De recente uitgave van Metaal & Techniek, het ledenblad van Koninklijke Metaalunie, laat in ieder geval zien dat bedrijven er wel over nadenken. Ze zijn bezig met zich te oriënteren op 3D printen, blijkt uit enkele interviews met precisiebedrijven.

 

Hoge verwachtingen op termijn

Gerben Papen, directeur van Papen Metaaltechniek in Hengelo, zegt in het artikel in Metaal & Techniek op termijn veel te verwachten van 3D metaalprinten. Toch is hij nu voorzichtig met een eventuele aankoop. “Het draait om het moment van instappen. Nu nog is de aanschaf van een 3D metaalprinter te duur. Over drie jaar zijn er weel veel mooiere en betere printers.” Hij schetst daarmee een dilemma dat wel meer speelt in de metaalindustrie. Papen denkt dat het beter is momenteel de onderdelen die 3D geprint moeten worden uit te besteden aan een 3D printservicebureau en zelf de stukken na te bewerken. “Ik vergelijk de 3D printer met de lasersnijder. Het heeft 20 jaar geduurd voordat lasersnijden volwassen is geworden. Dat zal met 3D ook zo gaan”, zegt Gerben Papen in Metaal & Techniek.

 

Met 5-asser AM beconcurreren

Bij GML-Instruments  in Hardenberg denkt men zelfs de concurrentie met 3D printers aan te gaan door te investeren in 5-assige freestechnologie. Albert Krikken, een van beide eigenaren: “De voorbereidingstijd is bij een 3D printer korter, maar onze productie is veel sneller. Producten uit de 3D printer moeten bovendien meestal worden nabewerkt. De winst is dus te halen in het voortraject.” Daarom is goede CAM software voor hem zo belangrijk, omdat hij dan met de 5-assige freestechnologie complexe producten in één keer kan maken.

 

Niet onderschatten

Hilbrand Pierik, eigenaar van Warnier Precisiemetaal in Joure volgt de ontwikkelingen op 3D print gebied eveneens. Hij zegt dat je de impact niet moet onderschatten, maar in de precisiemarkt ziet hij de komende 5 tot 10 jaar niet direct een bedreiging in 3D metaalprinten. “Zelf hebben we er ook wel naar gekeken en misschien dat het complementair kan zijn. Het is misschien een manier om de medewerkers verder uit te dagen. 3D metaalprinten is nu nog erg duur en kunststof wordt al veel aangeboden. De vraag is wat dan de toegevoegde waarde kan zijn.”

De oktober editie van Metaal & Techniek staat nog niet online, maar hier vind je wel eerdere edities

Op 15 en 16 november besteedt de Precisiebeurs ook aandacht aan additive manufacturing oftewel 3D printen. Het accent ligt op donderdag voormiddag als een hele blok gewijd is aan 3D metaalprinten.

FOTO een voorbeeld van een AM toepassing in de precisieindustrie, 3D geprinte koelkanalen in een spuitgietmatrijs, geproduceerd door GF Machining Solutions en EOS. 

 

Melotte met nieuwe Realizer 3D printer: focus op industriële AM applicaties

2

Het Vlaamse Melotte heeft geïnvesteerd in een nieuwe 3D metaalprinter. Met de SLM300i- 600W AM machine van Realizer zet het Vlaamse bedrijf nog sterker dan voorheen in op industrieel 3D metaalprinten . “Wij zien 3D metaalprinten als een kans voor disruptieve toepassingen”, zegt Bram Grandjean, sales manager bij Melotte.

 

Nieuwe 3D metaalprinter groter en krachtiger

Het Belgische Melotte geldt als een van de pioniers als het om 3D metaalprinten gaat. Ondertussen richt de onderneming zich meer en meer op industriële toepassingen, denk aan matrijzen met conformal cooling maar complexe producten die met AM uit een geheel kunnen worden gemaakt. Met de nieuwe 3D metaalprinter 3D print men onder andere een ventielblok.

 

Flow reactoren

Melotte heeft ook meegewerkt aan het commercialiseren van de 3D geprinte flow reactoren, een project van DSM en Innosyn. Deze in 316L geprinte mini reactoren zijn vanwege de complexe inwendige kanalen alleen met 3D printen te maken. Complexe geometrieën zijn met AM wel mogelijk, waar de klassieke technieken tegen hun grenzen aan lopen. Functie-integratie en customizing zijn twee andere typische voordelen. De technologie is al die tijd nadrukkelijk onderdeel gebleven van het fijnmechanisch CNC productieproces in het Vlaamse bedrijf.

 

 

Nieuwe, grotere 3D metaalprinter

Om in te spelen op de groeiende vraag naar industriële AM applicaties, heeft de Belgische toeleverancier geïnvesteerd in een nieuwe 3D metaalprinter. De Realizer SLM300i- 600W AM heeft een bouwvolume van 300 bij 300 bij 300 mm. De sterkere 600 W laserbron en de snellere wipercyclus waardoor de volgende poederlaag eerder klaar is voor de volgende belichting, dragen bij aan een hogere productiviteit. Realizer is sinds begin dit jaar voor 51% in handen van DMG Mori. Melotte gebruikt tevens de nieuwe poederwisselunit van Realizer, waarmee sneller van materiaal gewisseld kan worden.

Tijdens Prototyping 2017 geeft Bram Grandjean een presentatie op woensdag 8 november over de voordelen van 3D printen voor industriële toepassingen. Melotte neemt ook deel aan de Precisiebeurs (15 en 16 november) in Veldhoven.

Foto’s: Melotte

 

KiMi kotterfreesbank inclusief condition monitoring en Augmented Reality

0

Wie denkt dat smart industry concepten nog ver af staan van de realiteit, had op de EMO goed moeten rondkijken op de stand van Schiess. De Duitse machinebouwer is in Europa verkoop- en servicepartner voor KiMi CNC machines. En die worden geleverd inclusief het Condition Monitoring System van Autinity. En Augmented Automation in de vorm van een smart glass voor als er ondersteuning nodig is.

 

Schiess zet met Chinees zusterbedrijf Industrie 4.0 technologie in bij instapmodel

KiMi kotter- en freesmachines worden in China gebouwde door KMTC, een zusterbedrijf van Schiess. De Chinese fabrikant maakt eveneens deel uit van de SYMG groep. Schiess gaat de boor- freesmachines in Europa verkopen onder het label KiMi powered by Schiess en servicen. Hiermee denkt de fabrikant een goed instapmodel te hebben voor bedrijven die voor € 127.000 een basis machine kopen. De Chinese fabrikant laat de klant meerdere keuzes, zoals een Siemensbesturing, Heidenhain of Fanuc, een 15 (110 mm) of 20 kW spindel (130 mm) of zelfs een 22 kW spindel en een gereedschapmagazijn met maximaal 60 gereedschapposities.

 

Kimi kotterbankAutinity CMS systeem

Op het vlak van onderhoud en service wijken Schiess en KiMi af van de gebaande wegen. De Chinese machine, opgebouwd met veelal Europese componenten, wordt namelijk geleverd met het condition monitoring systeem (CMS) van Autinity. Dit Duitse bedrijf ontwikkelt al vele jaren sofware voor het bewaken van onder andere de onderhoudstoestand van bewerkingsmachines. Onlangs heeft Schaeffler Autinity overgenomen. Door het CMS systeem van Autinity aan de CNC machine toe te voegen, wordt de machinestatus voortdurend gemonitored. Schiess zegt hiermee de downtime vanwege ongepland onderhoud te verminderen. De Duitse fabrikant heeft ondertussen op andere machines meerdere jaren ervaring met de CMS systemen van Autinity. Het systeem draait op een eigen mini PC die in de schakelkast van de machine geïntegreerd wordt.

 

Augmented Reality: audio- en videoverbinding met servicedienst

Mocht er toch onverhoopt een storing aan de Kimi kotterfreesbank zijn, dan wordt de gebruiker in eerste instantie vanuit het service centrum van Schiess ondersteund. En daarvoor zet de machinebouwer Augmented Reality in. Bij de aankoop van de machine hoort een slimme bril. Zodra de CNC operator contact zoekt met de servicedesk van Schiess, kunnen de experts daar de verspaners via de AR bril instructies geven en de machine daadwerkelijk vanaf afstand zien. Dankzij de audio- en videoverbinding is de reactietijd van een servicemonteur zeer kort. Pas als de storing op deze wijze niet verholpen kan worden, wordt een expert ter plaatse ingeschakeld.

 

Nedersaksen investeert € 1,2 miljoen in AM centrum voor het mkb

0

De Duitse deelstaat Nedersaksen heeft zijn eigen 3D printcentrum. In Hannover zijn de deuren van Additiv open gegaan, Center for Additive Manufacturing. De deelstaat investeert 1,2 miljoen euro in het nieuwe centrum. Het centrum is bedoeld voor onderzoek en technologietransfer naar het mkb in Nedersaksen.

 

Deelstaat gaat mkb helpen 3D printen te integreren in bestaande processen

“Additieve processen behoren tot de meest belangrijke toekomstige thema’s van productietechnologie in het Industrie 4.0 tijdperk. Wij willen het midden- en kleinbedrijf in Nedersaksen versterken. Om de concurrentie het hoofd te bieden, moeten bedrijven in staat zijn niet alleen via verspaning maar ook door gebruik te maken van 3D printen, producten te fabriceren”, aldus Olaf Lies, minister van economische zaken, werkgelegenheid en transport in deze Duitse deelstaat bij de opening van het nieuwe centrum. Omdat het voor bedrijven belangrijk is de juiste tijd en technologie voor hun toepassing vast te stellen, investeert de deelstaat € 1,2 miljoen in Additiv.

 

Vier partners

De vier partners in het nieuwe centrum zijn Laser Zentrum Hannover, het Institut für Integrierte Produktion, de Deutsche Messe Technology Academy en de LZH Laser Academy. De initiatiefnemers van het nieuwe centrum waarschuwen dat consumenten straks geen massaproductie meer accepteren, als er gepersonaliseerde alternatieven op de markt komen. Bedrijven die zich dit niet realiseren, gaan de boot missen. Daarom gaat Additiv met name de kleinere en middelgrote ondernemingen helpen additive manufacturing te integreren in hun productieprocessen.

 

Leerfabriek en opleiden

Additiv gaat meerdere activiteiten organiseren. Een hiervan is het organiseren van een aantal infosessies. Experts leggen dan de fundamentele aspecten van additive manufacturing uit. Er komt ook een leerfabriek. Hier kunnen bedrijven de systemen zelf testen om te ontdekken welke technologie voor hun markt het meest geschikt is. Additiv gaat ook praktijkgericht opleiden. Bedrijven die AM integreren in hun productie, krijgen gratis ondersteuning.

 

AM rijp maken voor serieproductie

De twee onderzoeksinstellingen, LZH en IPH, richten zich vooral op het combineren van additive manufacturing met de klassieke productietechnieken. “Wij willen 3D printen klaar maken voor serieproductie. Dat betekent dat we de problemen die bedrijven vandaag de dag ervaren, voor ze moeten oplossen”, zegt Malte Stonis, CEO van IPH, een van de vier partners. Daarnaast gaan de wetenschappers de AM processen geschikt maken voor materialen die de industrie momenteel veel gebruikt. Denk dan onder andere aan magnesium. Tot slot kijken ze in het 3-jarig project ook naar de businesskant. Daarbij is er onder andere oog voor de bedrijfseconomische aspecten van 3D printen. De subsidie van € 1,2 geldt voor een termijn van 3 jaar.