back to top
Home Blog Pagina 176

DMG Mori en Heitec: joint venture voor automatisering CNC machines

0

DMG Mori stapt samen met Heitec in een joint venture. De nieuwe onderneming richt zich expliciet op automatiseringssystemen voor de CNC machines van DMG Mori. De nieuwe joint venture gaat met name een modulair automatiseringsconcept ontwikkelen voor kleinere en middelgrote maakbedrijven. Door digital twins te gebruiken, moet de installatie 80% sneller verlopen.

 

Joint venture wil met digital twin in bedrijfsname verkorten met 80%

Op de EMO enkele maanden geleden kondigde DMG Mori topman Mori al aan dat automatisering een van de speerpunten is. Hij wil dat over enkele jaren elke machine geleverd kan worden inclusief een vorm van automatisering. De machinebouwer, die onlangs nog een recordresultaat over het 3e kwartaal meldde, zet nu de volgende stap en richt samen met Heitec het nieuwe bedrijf DMG Mori Heitec op. De twee werken al langer samen. Bij de Heitec groep werken in totaal 1.000 mensen; bij DMG Mori houden zich ongeveer 600 medewerkers bezig met automatisering.

 

In toekomst alle machines geautomatiseerd

Op dit moment beschikt ongeveer een kwart van alle machines die DMG Mori levert over een vorm van automatisering. Dat moet dus naar 100%. De twee ondernemingen willen dit onder andere doen door een modulair systeem te ontwikkelen. DMG Mori Heitec wil hiermee bedrijven een automatiseringsconcept bieden dat ze naar eigen inzicht kunnen samenstellen. Alle oplossingen zijn op elkaar afgestemd, zodat eenvoudig de meest passende automatisering kan worden gebouwd.

 

Digital twin

Door met een zogenaamde digital twin te gaan werken, een virtueel model van de machine, denken de twee ondernemingen de bouwtijd voor automatiseringssystemen met 20% te verkorten. Bovenal zal het systeem sneller operationeel zijn. In de engineeringfase kan de automatisering namelijk al virtueel getest worden met het virtuele machinemodel dat DMG Mori levert. Hiermee kan de installatietijd worden teruggebracht tot een vijfde van de huidige tijd. De digital twin biedt tijdens de levensduur van het automatiseringssysteem de mogelijkheid om veranderingen of het fine tunen zoveel mogelijk virtueel voor te bereiden. Daarvoor hoeft een machine niet langer uit de productie te worden gehaald. Testen gebeurt met de digital twin.

De beide ondernemingen willen daarnaast in de joint venture op korte termijn automatiseringsstandaarden ontwikkelen, specifiek voor bepaalde sectoren. De nieuwe joint venture wordt gevestigd in Erlangen.

 

ING: investeer om geen groeikansen te missen

0

De toeleveringsindustrie groeit ook in 2018 verder. Dat voorspelt het Economisch Bureau van ING. De industrie lijdt volgens hoofdeconoom van ING Nederland Marieke Blom net als de rest van het lang nog steeds onder het crisistrauma. Onterecht, vindt zij. Ondernemers moeten weer durven te investeren in zowel mensen als ook nieuwe technologie.

 

ING schetst positieve vooruitzichten voor 2018

“Bedrijven die dit niet doen, missen groeikansen”, zegt Marieke Blom in een reactie op het vandaag gepresenteerde rapport over de vooruitzichten van de Nederlandse economie. Deze economie blijft ook in 2018 op stoom, verwachten de onderzoekers. De groei zal uitkomen op 2,9%. Alle sectoren groeien, ook de export neemt toe.

 

 

Automotive en halfgeleider snelste groeiers

De industrie als geheel zal met zo’n 3% groeien, de technologische industrie blijft de snelste groeier met een verwachte 4,%. De sterkste groei is te vinden in de automotive en halfgeleiderindustrie. In het kielzog daarvan profiteren de toeleveranciers in onder andere de metaal en de machinebouw. Positief is dat de voedingsindustrie komend jaar de groei op gang ziet komen (2%), wat goed is voor de industrie in zijn geheel. De investeringen gaan naar verwachting zelfs toenemen met 5,4% in 2018. Overigens: de voorspelde productiegroei van 4% in 2018 is wel fors minder dan de 9,5% productiegroei dit jaar.

 

Stevig fundament

Marieke Blom vindt dat ondernemers – net als de consumenten – onterecht vrezen dat de groei van de laatste jaren snel weer zal omslaan. “Al met al gaat het economisch goed in Nederland. Die constatering wordt echter vaak omgezet in de vraag: ‘hoelang gaat het nog goed’? Zowel consumenten als bedrijven zijn een beetje getraumatiseerd door de lange crisis die we achter de rug hebben. Die angst is begrijpelijk, maar de groei is breed gedragen en er is nog geen sprake van oververhitting. Sterker nog, ik zie een normalisatie van de brede economie. De groei heeft solide fundamenten. Dat betekent dat we nog een aantal jaren door kunnen groeien.” In het buitenland zijn er wel onzekere factoren, maar zij wijst er op dat vooral binnenlandse factoren een stevig fundament onder de groei leggen.

 

 

Investeer in productiviteitsgroei

De hoofdeconoom van de bank zegt dan ook dat bedrijven weer moeten durven te investeren. Sterker nog: ze moeten volgens haar investeren, zowel in mensen als in technologie. “Het is belangrijk dat bedrijven hun productiviteit verhogen door zowel te investeren in mensen als in technologie. Bedrijven die dit niet doen dreigen daarmee groeikansen te missen, als de arbeidsmarkt krapper en krapper wordt. Dat zou ook de groei in Nederland schaden, terwijl Nederland nu juist bezig is met een conjuncturele inhaalslag ten opzichte van andere Europese landen.” De industrie moet volgens de economen aan de slag met de uitdagingen zoals vraagverschuiving (met name automotive door de omslag naar elektrisch rijden), de krapte op de arbeidsmarkt en de digitalisering.

 

Duitse machinebouwer KraussMaffei naar beurs in Shanghai

0

Dat Chinese bedrijven Duitse concurrenten opkopen, daar is de Duitse industrie ondertussen wel aan gewend. Nu kondigt het Chinese ChemChina echter aan dat het haar Duitse dochter KraussMaffei naar de beurs van Shanghai wil brengen. Duitse bedrijven met een Chinese beursnotering?

 

Zijn de machtsverhoudingen in de machine-industrie aan het veranderen?

Uitgerekend in de week waarin de Duitse fabrikanten van metaalbewerkingsmachines via hun koepelorganisatie VDW over hun succesvol optreden op de Chinese markt berichten, klinkt vanuit China een heel ander verhaal. ChemChina, een Chinees chemieconcern, verraste verleden jaar met de overname van het merendeel van de aandelen van KraussMaffei. De machinebouwer is fors groter dan het moederbedrijf.

 

Méér waardering voor industrie

ChemChina heeft deze week aangekondigd dat het voor KraussMaffei een notering aan de beurs in Shanghai voorbereidt. Het gaat om een zogenaamde reverse listing: de Duitse mahcinebouwer wordt ondergebracht in Qingdao Tianhua Institute of Chemistry Engineering Co. Ltd. Dit is een al aan de beurs genoteerd dochterbedrijf van ChemChina. Ook drie andere fabrieken gaan mee in deze transactie. Kraussmaffei gaat ongeveer 85% van alle activiteiten van het bedrijf uitmaken. In China liggen de waardering voor industriële bedrijven hoger dan aan de West Europese aandelenbeurzen. “Chinese investeerders waarderen Duitse industriële waardeschepping en de leidende competenties”, aldus Jianxin Ren, bestuursvoorzitter van ChemChina. Hij ziet de beursnotering tevens als een manier om de Duitse machinebouwer nog beter zichtbaar te maken in China.

 

CEO FRank Stieler: positief voor de onderneming.

Positief voor Duitse activiteiten

Frank Stieler, CEO van de fabrikant van spuitgietmachines en rubberverwerkingsmachines, is enthousiast. “Met de geplande transactie krijgen we toegang tot de kapitaalmarkt en krijgen we met de nieuwe financiële middelen de mogelijkheid het bedrijf verder te ontwikkelen. En de geplande groei te versnellen.” Vorig jaar al groeide KraussMaffei na de overname met 5% tot een omzet van € 1,26 miljard, dit jaar verwacht men de omzet door de grens van € 1,3 miljard te duwen. Als de beursnotering in China doorgaat, blijft ChemChina wel de meerderheid van de aandelen vast houden. Het hoofdkantoor van de Duitse machinebouwer blijft in München.

Deze ontwikkeling geeft wel aan dat de verhoudingen in de machinebouw-industrie aan het veranderen zijn. China is niet langer alleen een aantrekkelijke afzetmarkt.

 

Frank de Groot (Tegema) 4e engineer met Bronze ECP2 certificaat

0

Frank de Groot, senior engineer bij Tegema, heeft in iets meer dan drie jaren liefst 29 cursusdagen gevolgd op het vlak van fijnmechanische technologie. Alle cursussen waren gecertificeerd in het ECP2 programma, een samenwerking tussen euspen en DSPE. Met dit hoge aantal voldoet hij ruimschoots aan de eisen die gesteld worden voor het Bronze ECP2 certificate. Frank de Groot is de 4e engineer die dit certificaat behaalt.

 

Engineer doorloopt in sneltreinvaart cursussen

De senior engineer van Tegema heeft een flink aantal cursussen gevolgd in de voorbije jaren. “Frank heeft onder meer bij diverse afdelingen binnen ASML gewerkt en vond dat hij als senior engineer was uitontwikkeld. Samen met hem heb ik een langetermijn pad uitgezet om zijn ambitie van technisch specialist te kunnen realiseren en dat pad loopt hij in hoog tempo af. Die drive komt echt uit hemzelf”, zegt Albert Coolen, manager detachering bij Tegema, het hightech ingenieursbureau.

 

SPE en euspen initiatief

Zo heeft Frank de Groot vanaf voorjaar 2014 bij Mikrocentrum de cursussen Tribologie en Constructieprincipes voor precisietechnologie, en bij The High Tech Institute de cursussen Mechatronics system design – part 1 en part 2, Thermal effects in mechatronic systems, en Design principles for ultra-clean vacuum applications, gevolgd. Tevens nam hij deel aan de LiS Academy Summerschool Maakbaarheid, van de Leidse instrumentmakers School. Met in totaal 29 punten (elk punt staat voor een cursusdag) voldeed hij royaal aan de voorwaarde van 25 punten aan cursussen behaald binnen vijf jaar. De cursussen zijn gecertificeerd in het ECP2 programma: European certified precision engineering course program. ECP2 is een samenwerking van de Europese en de Nederlandse vereniging voor precisietechnologie, respectievelijk euspen en DSPE.

 

ECP2

Frank de Groot (rechts) ontvangt Bronzen ECP2 certificaat van voorzitter Jan Willem Martens

 

Voorbeeld

Albert Coolen noemt Frank de Groot, die 12,5 jaar bij Tegema werkt, een voorbeeld voor anderen. “Wij coachen onze medewerkers en bieden hen mogelijkheden, maar het initiatief moet van henzelf komen.” Frank de Groot is de vierde engineer die het Bronze ECP2 certificate heeft ontvangen sinds de start van de certificering van cursussen voor  precisietechnologen in 2009. Het initiatief van DSPE werd in 2015 opgeschaald naar Europees niveau.

 

 

Phoenix Contact: helft van alle spuitgietmatrijzen deels 3D geprint

0

In de helft van alle spuitgietmatrijzen die Phoenix Contact tegenwoordig ontwerpt, zitten 3D geprinte onderdelen. Er zijn zelfs al spuitgietmatrijzen die volledig additief zijn geproduceerd. Dan speelt niet alleen de integratie van betere koeling een rol, maar vooral ook de gewichtsbesparing. Die zorgt ervoor dat matrijzen gemakkelijker gewisseld kunnen worden.

 

Moulding Area op Metav toont innovatieve matrijstechnologie

Sven Holsten, directeur van de Tool Shop Plastics bij Phoenix Contact heeft deze gegevens bekend gemaakt tijdens de internationale persconferentie voor de Metav 2018. Net als bij de vorige editie krijgt matrijstechnologie ruim aandacht op de beurs in de Moulding Area. Volgens de VDW heeft additive manufacturing inmiddels zijn plek gevonden in de productie van zowel kleine series als bijzondere oplossingen, bijvoorbeeld spuitgietgereedschappen.

 

Sven Holsten

 

Spuitgietcyclus verbeteren

Phoenix Contact, gastbedrijf voor de Metav persconferentie, is daar een goed voorbeeld van. “Door de integratie van betere koelkanalen verlopen de spuitgietprocessen efficiënter”, aldus Sven Holsten. Tot nog toe gebruikt Phoenix Contact, dat maandelijks ongeveer 150 ton kunststofgranulaat verwerkt op de spuitgietafdeling, met name 3D geprinte inserts om de matrijzen te verbeteren. “Interessant is ook dat we additive manufacturing gebruiken om onderdelen te maken die anders niet maakbaar zijn.”

 

Bionische spuitgietmatrijs

Daarnaast experimenteert het Duitse bedrijf met volledig 3D geprinte matrijzen. Deze zijn topologisch geoptimaliseerd, zodat naast de betere thermische eigenschappen het gewicht sterk wordt verminderd. Voorbeelden werden getoond van gereedschappen die tot 70% minder wegen dan traditioneel gefreesde gereedschappen. De engineers gebruiken voor het ontwerp generatieve designtools, waardoor de matrijzen meestal bionische structuren kennen. “Een gereedschap van 80 kilo hebben we hierdoor teruggebracht tot een matrijs van 20 kilo”, aldus Stefan de Groot. Hij leidt Protiq, het additive manufacturing bedrijf dat Phoenix Contact een jaar geleden is gestart. De ‘bionische’ spuitgietmatrijs die hij liet zien, is niet alleen gemakkelijker te hanteren aan de spuitgietmachine. De betere koeling brengt bovendien de cyclustijd omlaag van 8 seconden naar 3 seconden.

Metav 2018 vindt plaats van 20-24 februari in Düsseldorf. Gelijktijdig met de beurs is er het 3D printcongres Inside3DPrinting. Met de kortingscode 3DPRINTMAGAZINEI3D krijg je 15% korting op de ticketprijs voor het congres.

 

Roadshow Verspanen: ASML deelt kennis over productie

2

De productie van de EUV chipmachine van ASML komt op stoom. Dat is positief voor de verspanende toeleveringsindustrie. De eisen die ASML stelt aan componenten voor deze machine liggen echter hoog. Qua technologie betekent dit de juiste strategie kiezen, de beste bewerkingstechniek. Tijdens de Roadshow Verspanen van het Mikrocentrum beantwoorden verspaningsexperts van ASML de technische vragen die ongetwijfeld bij menig toeleverancier bestaan.

 

Mikrocentrum start Roadshow Verspanen voor toeleveranciers

Roadshow Verspanen is een nieuw evenement, georganiseerd door het Mikrocentrum in samenwerking met het Knowledge Sharing Centre en ASML. “We laten de deelnemers zelf de inhoud bepalen”, zo vat Karin Mous van het Mikrocentrum de kern van het concept samen. Verspanende toeleveranciers kunnen hun technologievragen vooraf indienen. Die kunnen op een groot aantal onderwerpen betrekking hebben: van de reinheid van de componenten tot en met geometrische maatvoering.

 

Specifieke productiekennis

“We willen kennisdelen bevorderen”, zegt Karin Mous over het nieuwe concept. “ASML gaat kennis over de productieprocessen van de frees- en draaistukken delen met de toeleveranciers.” Dat klinkt wellicht vreemd, omdat de chipmachinefabrikant de laatste jaren qua technologie juist erg afhankelijk is geworden van de supply chain. Toch zit er met name op het gebied van product- en proceseisen veel kennis bij het Veldhovense bedrijf. Bovendien beschikt ASML over experts die bij tal van onderzoeken en projecten betrokken zijn. Ook deze kennis gaan delen. Omdat de deelnemers aan het event de vragen stellen, is er inhoudelijks nog weinig te zeggen over de bijeenkomst op 9 februari in het nieuwe ASML Experience Center van ASML. De vragen die de verspaners kunnen indienen, kunnen gaan over de specifieke reinheidseisen die ASML hanteert, maatnauwkeurigheid maar ook meer procesgerichte vragen zoals het verwerken van CAD modellen in CAM software op een manier dat zoveel mogelijk geautomatiseerd en papierloos wordt gewerkt. Ook een onderwerp als additive manufacturing kan aan bod komen. Verspaners kunnen hun vragen stellen door een email te sturen naar themabijeenkomsten@mikrocentrum.nl

 

Knowledge Sharing Centre ASML

Het Mikrocentrum werkt bij dit evenement samen met het Knowledge Sharing Centre. Dit is een onafhankelijk platform voor kennisdelen, dat oorspronkelijk is geïnitieerd door ASML en United Brains. Het platform stimuleert kennisuitwisseling tussen engineering en manufacturing om daarmee de maakindustrie naar een hoger niveau te tillen.

De Roadshow Verspanen vindt op 9 februari 2018 ’s ochtends plaats in het ASML Experience Centre in Veldhoven. Het is de bedoeling in de toekomst soortgelijke evenementen te organiseren bij andere voor de verspanende industrie belangrijke bedrijven.

 

Provincie Limburg: € 630.000 voor vernieuwing techniekonderwijs

0

Een aantal Zuid-Limburgse onderwijsinstellingen krijgt € 630.000 subsidie van de Provincie Limburg. Met dat geld kunnen ze doorgaan met de 2e fase van de vernieuwing  van het techniekonderwijs. Men wil onder andere nieuwe doorlopende leerlijnen ontwikkelen. Daarnaast ligt in deze fase de nadruk op het versterken van de relatie met het bedrijfsleven.

 

Samenwerking met bedrijfsleven versterken in 2e fase van actieplan

Het project sluit aan bij de actielijn Leren in de techniek: doorlopende leerlijnen uit het Techniekplan Limburg. Het Techniekcollege Zuid-Limburg is een van de kernontwikkelingen in het opzetten van de doorlopende leerlijnen Voorgezet Onderwijs-Middelbaar Beroepsonderwijs in Zuid-Limburg.

 

Vakmanschaproutes

Door de samenwerking van vijf onderwijsorganisaties LVO, SVOPL, DaCapo College, Arcus College en ROC Leeuwenborgh worden afspraken gemaakt over de aansluiting van vmbo- en mbo-onderwijs en een doelmatige spreiding van de techniekopleidingen in Zuid-Limburg. De opleidingen moeten state of the art en toekomstbestendig zijn. Door vakmanschapsroutes en technologieroutes te ontwikkelen, wordt het “weglekken” van techniekleerlingen beperkt. Voor de 2e fase van het project stelt de Provincie Limburg nu € 630.000 beschikbaar. Het project zet enerzijds in op het in stand houden van een breed en kwalitatief aanbod technische opleidingen. Anderzijds zet het in op een verhoging van de instroom van nieuwe leerlingen en de zijinstroom naar technisch onderwijs in de regio. Ook streeft het project naar een verhoging van het uitstroomniveau. Belangrijk in deze fase is de samenwerking met het bedrijfsleven.

 

Inbreng bedrijfsleven

Hans Teunissen, gedeputeerde Onderwijs: “Door middel van deze samenwerking met bedrijfsleven kan het onderwijs ervoor zorgen dat zij kunnen blijven inspelen op de nieuwe technologische ontwikkelingen die gevraagd worden aan de huidige en toekomstige werknemers. Ook speelt het bedrijfsleven een cruciale rol bij het faciliteren van het leren in de praktijk en het beschikbaar stellen van praktijklocaties.”

 

Versnelling

Jos Kusters, voorzitter van het College van Bestuur van ROC Leeuwenborgh, zegt dat met deze impuls van de provincie de herinrichting van het techniekonderwijs versneld kan worden. “Door het continue professionaliseren van docenten en het opzetten van intensieve partnerships onder andere in de sectoren Bouw, Procestechnologie, Maintenance en Mobility blijven we de doorlopende leerlijn Techniek samen met het vmbo en hbo moderniseren.”

 

Duitse machinebouw professoren: mens behoudt rol in autonome productie

De rol van de mens is niet uitgespeeld in autonome productie, zoals we die in het smart industry tijdperk gaan zien. “De mens blijft altijd gevraagd, hetzij als supervisor hetzij als bedenker van processen”, zegt professor Eberhard Abele, president van WGP. Samen met zijn collega machinebouw professoren heeft Abele zich in het WGP gebogen over de vraag hoe arbeid er in de gedigitaliseerde productieomgeving gaat uitzien? Is de positie van de Duitse industrie bedreigd door de opmars van automatisering en Industrie 4.0?

 

WGP ziet geen bedreiging dat Duitsland koppositie verliest

Het WGP (Wissenschaftliche Gesellschaft für Produktionstechnik) is een groep van zo’n 40 Duitse professoren in de machinebouw. In het gremium pakken ze overkoepelende thema’s gezamenlijk op en kijken ze ook naar de bredere effecten van ontwikkelingen in de maakindustrie. Zoals de vraag welke rol de vakman nog speelt als de machines en fabrieken door smart industry oplossingen vergaand autonoom kunnen werken. Op hun najaarsbijeenkomst hebben ze voor het eerst de industriële werkplek in de autonome productie beschreven zoals die volgens hen in 2025 kan uitzien.

 

5 Niveaus van automatisering

Allereerst onderscheiden ze in de automatisering 5 niveaus, vergelijkbaar met de auto-industrie. Het 5e niveau beschrijven ze als een zelflerend systeem, dat autonoom en zonder operator de productie regelt. “Manloos betekent echter niet dat de mens in deze systemen geen rol meer speelt”, zegt Eberhard Abele, die in Darmstadt het Instituut voor Productionsmanagement, Technologie und Werkzeugmaschinen (PWT) leidt. Daarnaast wijst hij erop dat niet elk proces volledig autonoom wordt. Er moet ook een bedrijfseconomische afweging worden gemaakt hoeveel automatisering zinvol is.

 

De machinebouwprofessoren tijdens hun najaarsoverleg over de effecten van digitalisering op de rol van de mens in de industrie. 

 

Verliest Duitsland voorsprong?

De WGP professoren wijzen erop dat voorsprong van hoge lonen landen zoals die in West-Europa en in het bijzonder Duitsland, in de toekomst kan afnemen. Landen als China en Zuid-Korea zetten immers ook volop in op automatisering. Dat tast de voorsprong die landen als Duitsland nu nog hebben vanwege hun gekwalificeerde beroepsbevolking aan. Een ontwikkeling die je volgens hen evenmin uit het oog moet verliezen is die van predictive maintenance. Steeds vaker hoor je dat het voorspellen van onderhoudsintervallen een van de meest reële scenario’s van smart industry zal zijn. Dat betekent dat bedrijven minder mensen nodig hebben voor het instandhouden van de complexe productielijnen.

 

Verschil aanpak China en Duitsland

Toch denkt de WGP werkgroep dat Duitsland zijn voosprong kan behouden. Professor Abele: “Landen als China en de VS zetten in op software gestuurde productie. Duitsland daarentegen kiest voor een productiemodel aangestuurd door proceskennis. Daarmee zijn medewerkers zelfs in ver doorgevoerde automatisering in staat om het proces te volgen en in te grijpen.” Verder blijven goede vakmensen en ingenieurs nodig voor de installatie en het op afstand bewaken van de productiesystemen, denken de machinebouw professoren.

 

Professoren TüV

Dit alles neemt niet weg dat ze benadrukken dat opleidingen aangepast moeten worden. Want op dit moment speelt automatisering nog geen rol in de studieboeken. Daar komt nog eens bij dat de huidige generatie docenten – en ook hoogleraren – geen digital natives zijn. Daarom hebben de hoogleraren afgesproken dat ze op dit punt samenwerking willen zoeken met andere actoren op het gebied van digitalisering. Ze willen specifieke kennis vanuit de machinebouw inbrengen in andere opleidingen. Elk WGP instituut kan dan specifieke kennis via online modules beschikbaar stellen. Hierbij durven ze de hand ook in eigen boezem te steken. Professor Eberhard Abele: “We moeten in de academische opleidingen durven na te denken over een soort TüV voor professoren. Daarmee moeten we borgen dat academische opleidingen regelmatig eengepast worden, zodat de faam van de Duitse ingenieur blijft bestaan.”

 

Open Huis Mazak: investeringsbereidheid groot

1

Met méér dan 650 bezoekers, is het open huis van Mazak in Leuven dit jaar drukker bezocht dan ooit. De bezoekers kwamen van zo’n 270 verschillende bedrijven. De investeringsbereidheid is goed, aldus Job van Berkel, directeur Yamazaki Mazak Benelux.

 

Ruim 650 bezoekers zien veel automatiseringsoplossingen voor Mazak machines

Het zijn weer booming tijden voor de metaalverwerkende industrie. Dat is te merken op de druk bezocht huisshows. Mazak deed er nog een schepje bovenop. “Drukker dan vorige keer”, aldus Job van Berkel aan het eind van de 3e dag van het evenement in Leuven, waar Yamazaki Mazak ook het Europees onderdelencentrum heeft gevestigd.  Ook de vooruitzichten voor 2018 zijn positief. Vandaar dat de investeringsbereidheid ook voor 2018 positief is.

 

Veel interesse automatisering

Vooral de interesse in automatisering is groot, merkt Job van Berkel. “Iedereen voelt de prijsdruk”, geeft hij als een van de redenen hiervoor. “Daarnaast zitten we in de tweede golf automatiseringstechnologie. De software is beter beheersbaar waardoor ook kleine series zich gemakkelijker laten automatiseren.”

 

Halter en BMO Automation

Mazak liet op drie verschillende niveaus de mogelijkheden van automatisering van CNC machines zien. Halter demonstreerde de Load Assistant aan een Integrex J200. BMO Automation had de Platinum 50 cel gekoppeld aan een Mazak Variaxis j-600/5X. “We hebben aan de machine nog een extra gereedschapmagazijn gekoppeld zodat er plek is voor 270 gereedschappen”, zegt Van Berkel over deze opstelling. Daarmee biedt deze opstelling de mogelijkheid om de machine ook bij complexe bewerkingen, die veel verschillende (zuster) gereedschappen vragen, in de nacht of het weekend lange tijd onbemand te laten draaien.

 

Mazak

Verspreid over 3 dagen trok Mazak meer dan 650 bezoekers naar de huisshow in Leuven.

 

Klauwplaatwissel bij Robojob

RoboJob demonstreerde aan een Mazak Integrex i 300S de nieuwe Tower. Dit automatiseringssysteem is op de EMO voor het eerst getoond en beleefde bij Mazak de Benelux primeur. Op amper 1 m2 biedt RoboJob een systeem met 20 lades met capaciteit voor meer dan 5 ton producten, pallets en opspangereedschappen. Onderdeel van de oplossing is de automatische klauwplaatwisseling. RoboJob gebruik hiervoor als eerste system integrator het nieuwe systeem van Kitagawa. Vooralsnog gaat het om een klauwplaats van 250 mm.

 

Mooi voorbeeld van hoe de industrie het technisch onderwijs kan ondersteunen. Binnenkort meer over dit initiatief. 

 

Samenwerking maakindustrie en onderwijs

Mazak had dit jaar een aparte plek ingeruimd voor het Thomas More instituut op Campus De Nayer in Sint-Katelijne-Waver (B). Studenten van de bachelor Ontwerp- en Productietechnologie hebben sinds kort de beschikking over een machine van Mazak om hun eigen designs te frezen. Op de huisshow toonden ze onder andere een project waarbij een 25 jaar oud BMX model geredesigned en verbeterd wordt. Daarnaast stond er de Aero-Bike, een elektrische mini-motorfiets die de studenten in het ASCP programma (speciaal programma geïnitieerd vanuit de luchtvaartindustrie) hebben ontwikkeld en door Asco Industries is gefreesd. De motorfiets is volledig van vliegtuig titanium gefreesd.

 

 

Foto boven: de nieuwe Tower van RoboJob bij een Mazak Integrex.

 

 

 

Nieuwe CECIMO voorzitter wil Europa breed stimuleringspakket voor investeringen

0

De nieuwe president van CECIMO, Roland Feichtl, gaat in andere Europese pleiten voor modernisering van het machinepark in de industrie. Daarbij gebruikt hij het Italiaanse stimuleringspakket als succesvol voorbeeld. De fiscale maatregelen pakken in Italië goed en verdienen navolging. Dat heeft hij gezegd bij zijn verkiezing tot de nieuwe president van de koepel van Europese werktuigmachinebouwers.

 

Italiaanse fiscale maatregelen moeten navolging krijgen in andere CECIMO landen

“Ik ga het succes van de Italiaanse campagne om met fiscale en andere incentives de modernisering van de machine infrastructuur te promoten, ook in andere CECIMO landen gebruiken”, zegt Roland Feichtl. Daarnaast blijft hij net als zijn voorganger de beleidsmakers in Europe erop wijzen welke belangrijke rol de industrie speelt in het creëren van banen, groei en investeringen in heel Europa. “Ik wil verzekeren dat de maakindustrie en de her-industrialisatie bovenaan de Europese politieke agenda’s blijven.”

 

Italiaanse markt door het dak

De verkopen van CNC machines in Italië zitten al sinds 2014 in de lift, onder andere doordat de overheid met gerichte fiscale maatregelen investeringen door de industrie aanjaagt. De Italiaanse machinebouwers hebben ook het afgelopen kwartaal zeer goede zaken gedaan, vooral door een groei van de binnenlandse orders. Deze stegen met meer dan 68%. Eerder dit jaar al schreven de Italiaanse fabrikanten de goede gang van zaken op de thuismarkt eveneens toe aan Nationale Plan Industrie 4.0 in Italië. De Italiaanse regering staat onder andere ook extra hoge afschrijvingen op investeringen in nieuwe technologie toe.

 

Veroudering machinepark bedreiging

Roland Feichtl gaat dus dit model de komende tijd onder de aandacht van andere Europese regeringen brengen. Dat is nodig, denkt ook zijn voorganger, Luigi Galdabini. Hij heeft er in zijn mandaatperiode voortdurend op gewezen dat er een te grote kloof bestaat tussen de bedrijfsinvesteringen in Europa en de afschrijvingen. De veroudering van het machinepark dreigt de Europese industrie in een neerwaartse spiraal van lage productiviteit, lage toegevoegde waarde en lage winstgevendheid te brengen. Roland Feichtl, die voor een periode van 2 jaar gekozen tot president van CECIMO, gaat met deze boodschap dus verder de boer op.

 

Oostenrijker aan het roer

Met zijn verkiezing krijgt CECIMO een Oostenrijker aan het roer. Roland Feitchl (1957) startte zijn loopbaan bij Voest-Alpine. Daar heeft hij onder andere de CNC divisie succesvol uitgebouwd, onder andere tot het Millturn programma bij de Oostenrijkse machinebouwer WFL in Linz. Sinds 1993 is hij verantwoordelijk voor de werktuigmachine en automatiseringsactiviteiten in de MTB Group en is hij CEO van de groep waartoe onder andere Mauser-Werke in Duitsland behoort en Krauseco in Wenen. Hij heeft de beide bedrijven samengesmeed tot Krause+Mauser. Hij zit al 17 jaar in het bestuur van CECIMO. Behalve dat hij zich met stimuleringsbeleid gaat bezighouden, krijgt vooral de digitalisering zijn aandacht de komende jaren. Hij gaat ook de discussie over de circulaire economie voortzetten.,