Achter de hernieuwde daling van de productie bij de Duitse machinebouwers, steken geen conjuncturele maar structurele veranderingen. Daar moeten de fabrikanten hun capaciteit op aanpassen. Een op de drie VDW-leden verwacht dan ook dat de vaste kern medewerkers verder zal krimpen in 2026. Tot oktober vorig jaar nam het aantal medewerkers bij bedrijven met meer dan 50 werknemers al met 3,9% af.
Dat heeft VDW voorzitter Franz-Xaver Bernhard bekend gemaakt tijdens de presentatie van de cijfers over 2025. Die zien er slecht uit voor de Duitse sector. De productie daalde met 8% tot € 13,6 miljard. Corrigeer je voor inflatie, dan bedraagt de productie bij de VDW-leden nu 35% minder dan in het absolute topjaar 2018.
Vergeleken met het topjaar 2018 produceren de VDW-leden 35% minder

Drie grote oorzaken van productiedaling
De voorzitter van de brancheorganisatie voor werktuigmachinebouwers noemde drie redenen voor deze krimp: de transformatie in de automobielindustrie van ICE naar BEV; de toenemende concurrentie vanuit China en de slechte omstandigheden waaronder Duitse ondernemers in ‘Standort Deutschland’ moeten opereren. Hoge energiekosten, enorme bureaucratie en overregulering en politieke besluiteloosheid zijn grote boosdoeners. “Als de politiek ervoor zorgt dat een verandering van de koers zichtbaar wordt, dan springen de seinen voor de markt weer op groen. Dat gebeurt niet als iedereen onzeker is”, aldus de voorzitter. Dit geldt overigens ook voor de rest van Europa in zekere mate.
Nederland + 23% Opvallend in de cijfers die de VDW over 2025 presenteerde, is dat de export naar Nederland vorig jaar met 23% is gestegen tot 214 miljoen euro. Bernhard schrijft de export naar Nederland in de laatste jaren vooral toe aan ASML. Het cijfer moet echter met enige voorzichtigheid gezien worden, omdat nogal wat Duitse fabrikanten via de haven in Rotterdam overzees exporteren en dan telt het cijfer mee voor de Nederlandse omzet.
China, VS en Italië de drie grootste exportmarkten
Het ging in de persconferentie gisteren vaak over China. Dat is na de VS de op een na grootste exportmarkt voor de Duitse machinebouwers, maar beide markten kochten vorig jaar minder: China – 16% (€1,029 miljard), de VS – 12% (€1,256 miljard). Italië (€416 miljoen) is de op twee na grootste exportmarkt. Deze liet afgelopen jaar een groei zien van 21%, vooral dankzij forse subsidies voor Italiaanse metaalbedrijven die investeren in nieuwe technologie. De VDW-voorzitter is erg bezorgd over de opmars van China. “Ook al is de Europese machinebouw onvoorwaardelijk voorstander van vrije handel, kunnen we het agressieve Chinese handelspolitieek niet accepteren. We eisen gelijke concurrentievoorwaarden, die indien nodig met antidumping- en subsidieprocedures moeten worden afgedwongen”, zo zei de VDW voorzitter het op de persconferentie.
China nu de wereldkampioen export
De Duitse sector heeft de koppositie in zowel de productie, de export als ook het verbruik van werktuigmachines moeten afstaan aan China. Vooral het verlies van het predicaat exportkampioen steekt de VDW. China is sinds 2025 de grootste exporteur. Zoals verwacht hebben de Chinezen, in overeenstemming met de huidige regeringsstrategie, hun export van werktuigmachines fors hebben verhoogd, namelijk met 18 procent. Franz-Xaver Bernhard: “Deze ontwikkeling werd versterkt door de zwakke binnenlandse vraag. Het land bouwt zijn positie in de ASEAN verder uit evenals in Brazilië, het Midden-Oosten en Noord-Afrika. Ook de export naar sommige EU-landen blijft stijgen, bijvoorbeeld naar Duitsland, Polen en Italië, hoewel de totale import van deze landen de afgelopen jaren eerder een dalende lijn vertoonde.”
Wie houdt er toezicht op dat Chinese fabrikanten dezelfde standaarden gebruiken als wij?

Geen eerlijk speelveld
Het spel wordt, althans zeker op de Europese markt, volgens de VDW-voorzitter niet eerlijk gespeeld. Hij verwacht dat Chinese fabrikanten zich net zoals hun Duitse concurrenten houden aan de Europese standaarden als ze hier machines op de markt brengen. Dat is echter niet zo, zegt hij, als je op beurzen de machines van dichterbij bekijkt. Hij vindt dat bevoegde instanties hiertegen moeten optreden, maar dat gebeurt te weinig. De Duitse machineindustrie moet er alles op zetten om met innovatie de technologische voorsprong die men nog heeft, vast te houden. Ook het feit dat de Duitse machinebouwers een complete oplossing voor het productieproces van de klant levert, bestempelt hij als een voordeel dat de sector moet uitbuiten.
Stabilisatie in 2026, maar….
Voor 2026 is hij heel voorzichtig. De bodem is bereikt, denkt men bij de VDW. Er wordt zelfs een procent groei verwacht, maar Franz-Xaver Bernhard gaf toe dat de geopolitieke omstandigheden en een dreiging van een handelsoorlog tussen Europa en de VS dat cijfer snel kunnen wegvagen. Om de stabilisatie te bereiken, moet de Duitse binnenlandse markt verbeteren en mag de VS als exportmarkt niet wegvallen. Waar hij hoop uit put is dat de VS amper nog zelf werktuigmachines bouwen. “Ze hebben ons nodig.”
Het meest geholpen is de sector als de Duitse regering eindelijk de dingen gaat uitvoeren die afgesproken zijn, zodat bedrijven weer zekerheid hebben en een positief vooruitzicht. Dan durven ze weer te investeren.



