De Nederlandse maakindustrie dreigt steeds meer afhankelijk te worden van de OEMs in de halfgeleiderindustrie. Die conclusie lijkt gerechtvaardigd als je de cijfers van ING over de Nederlandse machine-industrie op een rij zet. Het zijn de chipmachinemakers die sinds 2013 voor de groei hebben gezorgd. Inmiddels komt 64% van de omzet hiervan voor rekening van twee bedrijven: ASML en BESI.
De cijfers komen uit een analyse die ING heeft gemaakt van de Nederlandse machine-industrie. Met 9,5% is deze tussen 2013 en 2023 sterker gegroeid dan andere sectoren en ook de Europese machine-industrie. Hierdoor is het aandeel van de machine-industrie in de totale Nederlandse economie bijna verdubbeld tot 2,3% in 2023. “De groei van de machine-industrie is de afgelopen tien jaar zeer fors, maar heeft wel twee gezichten. Chipmachinemakers groeiden versneld, overige machinebouwers bleven hierbij achter”, concludeert Get Jan Braam, Sectorbanker Industrie bij ING.
Forse groei komt vooral van de chipmachinefabrikanten

Vertekenend beeld
De succescijfers van de Nederlandse machine-industrie zijn dus vertekend door de ongekende groei van ASML, BESI en andere Nederlandse chipmachinefabrikanten. Liefst 48% van de totale omzet van de sector komt van de chipmachinemakers. De overige 52% is verdeeld over veel kleinere deelsegmenten, waarvan hijs- hef- en transportmachines met een aandeel van 10% de grootste is (na overige machines met 13%). Niet alleen de omzetontwikkeling blijft achter, ook de winstontwikkeling. Die bedroeg 3,5% per jaar bij de traditionele machinebouwers tegenover meer dan13% in de totale industrie en zelfs meer dan 30% per jaar in het chipmachinesegment.
Meerdere bedreigingen
Deze cijfers wijzen erop dat de maakindustrie, die toelevert aan de machinebouwers, heel erg afhankelijk is geworden van de semiconindustrie. En dat zal waarschijnlijk niet snel veranderen, want ING komt in de analyse dat de traditionele machinebouw op meerdere fronten bedreigd wordt. Allereerst door de economische stagnatie in Europa en de geopolitieke onrust. De branche exporteert immers 80% van de toegevoegde waarde. De tweede bedreiging zijn Amerikaanse invoerheffingen. En misschien wel de grootste bedreiging is China. Vooral op lange termijn gaat dit de machinebouwers parten spelen.
Chinese prijskwaliteitverhouding wint het steeds vaker
Importen uit China nemen toe
ING concludeert dat sommige Chinese machines volgens de machinebouwers zelf kwalitatief beter zijn dan Westerse machines. De import groeit dan ook op meerdere fronten. De import van metaalbewerkingsmachines steeg de afgelopen tien jaar met 8% per jaar. China wint het op prijs-kwaliteit verhouding. In het rapport staat:
De eurozone als geheel blijkt de afgelopen jaren met name tegenover China fors terrein te hebben verloren als het om prijsconcurrentie gaat. Terwijl de nominale wisselkoers min of meer stabiel is gebleven, zijn de relatieve producentenprijzen in China gemiddeld zo’n 20% afgenomen en voor machines iets meer dan 15%.
Lees in Solutions Magazine: Duitse machinebouwers identificeren 31 potentiële concurrenten
Aantrekkelijker om te exporteren
In de analyse staat verder dat de overcapaciteit in China tot binnenlandse prijsdruk leidt wat het voor de Chinese machinebouwers aantrekkelijker maakt om te exporteren. Daar moet de Nederlandse machinebouwer dan met gestegen loonkosten, schaars personeel en duurdere grondstoffen tegenop concurreren. Onmogelijk, zeker in combinatie met de regeldruk. Volgens ING blijft personeelskrapte de grootste bedrijfsmatige belemmering voor de groei van de machinebouwers.
De kansen die er zijn
Toch zijn de analisten van ING niet alleen maar somber. Ze zien ook kansen. Cruciaal daarvoor is sneller toepassen van nieuwe technologieën:
Fundamentele doorbraakinnovaties zijn niet altijd realistisch en ook niet altijd nodig om te groeien. Cruciaal is dat machinebouwers nieuwe technologische ontwikkelingen, zoals digitalisering en AI, weten aan te wenden om hun product- en dienstenaanbod concurrerender te maken.
Daarnaast zegt de bank dat de machine-industrie meer nadruk op service moet gaan leggen. Ze moeten zich verdiepen in de problemen van hun klanten en hen helpen processen te optimaliseren en zo de productiviteit bij de klant verbeteren. Want uiteindelijk bepaalt de aanschafwaarde van de machine slechts een marginaal deel van de kostprijs van de klant. Verder adviseert ING machinebouwers meer aandacht te schenken aan software dan aan hardware en in te zetten op digitalisering. Schaalvergroting door consolidatie geeft ook meer slagkracht en vergemakkelijkt het investeren in R&D en toegang tot kapitaal.
Local for local: weg uit Nederland?
Tot slot wordt in de analyse nog gewezen op risicobeheersing en meer local for local sourcen en produceren. Ze moeten dichter bij hun klanten gaan zitten om verstoringen van supply chains maar ook transportkosten, invoerheffingen en exportbeperkingen te omzeilen. Dat is ook duurzamer.
Maar daarmee verdwijnt wel een stuk productie uit Nederland.
Foto: Afbeelding van This_is_Engineering via Pixabay





